ECLI:NL:RBDHA:2026:31161

ECLI:NL:RBDHA:2026:31161

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer C/09/711954 / JE RK 26-1555
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming medische behandeling voor diagnostiek en behandeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/711954 / JE RK 26-1555

Datum uitspraak: 22 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats],

[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2],

hierna te noemen: de pleegouders,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 september 2026;

de door de gecertificeerde instelling nagestuurde brief van Jeugdformaat van 14 september 2026;

de brief van de pleegouders van 21 september 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 september 2026. Daarbij was [naam] namens de gecertificeerde instelling aanwezig.

De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. De pleegouders hebben zich bij de brief van 21 september 2026 afgemeld voor de zitting.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door de vader.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij de pleegouders.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 januari 2027.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2026 eveneens de machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 19 januari 2027.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt toestemming, welke de toestemming van de ouders vervangt, te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige]. Deze medische behandeling betreft diagnostiek en behandeling bij Jeugdformaat of een soortgelijke instantie. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft al langere tijd bij de pleegouders. Tot januari 2026 had zij wekelijks contactmomenten met de moeder. Er wordt echter gezien dat [minderjarige] na de contactmomenten belast gedrag laat zien, waaronder moeite met eten, boosheid, verdriet en slecht luisteren. Deze signalen waren dusdanig zorgelijk dat er een wijziging van het contact noodzakelijk was. Dit lijkt enerzijds een positief effect te hebben op haar gedrag na het contact, maar anderzijds blijft zichtbaar dat [minderjarige] spanning ervaart rondom het contact met de moeder. Er bestaan zorgen over de betekenis van deze signalen en het gevolg daarvan op haar gedrag en emoties. De gecertificeerde instelling vindt het daarom van belang dat hierover middels diagnostiek duidelijkheid wordt verkregen. Zonder deze diagnostiek kan geen passende behandeling worden ingezet die aansluit bij haar specifieke behoeften. Voor het starten van de diagnostiek en behandeling is toestemming van de (gezaghebbende) ouders vereist. Sinds 24 juli 2026 verblijft de moeder echter in [land] en zij is tot op heden niet teruggekeerd, waarbij het niet is gelukt om haar toestemming te verkrijgen. Ook met de vader is momenteel geen contact. Door het ontbreken van deze toestemmingen, is het voor de gecertificeerde instelling niet mogelijk om de noodzakelijke diagnostiek en behandeling voor [minderjarige] (tijdig) te laten starten. Gelet op het belang van [minderjarige], de opgelopen vertraging en de zorgen over haar sociaal-emotionele ontwikkeling, acht de gecertificeerde instelling het noodzakelijk dat vervangende toestemming wordt verleend voor de diagnostiek en de daaruit voortvloeiende behandeling. Het is niet in het belang van [minderjarige] om de benodigde hulpverlening nog langer uit te stellen.

4. De beoordeling

De kinderrechter kan vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert. Naar het oordeel van de kinderrechter valt de benodigde diagnostiek en de daaruit vloeiende behandeling, zoals door de gecertificeerde instelling toegelicht, onder een medische behandeling zoals bedoeld in artikel 1:265h van het Burgerlijk Wetboek.

De kinderrechter zal vervangende toestemming verlenen voor diagnostiek en de daaruit vloeiende behandeling bij Jeugdformaat of een andere soortgelijke instantie. De kinderrechter is van oordeel dat uit de stukken en het besprokene ter zitting voldoende is gebleken dat de behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de (psychische) gezondheid van [minderjarige] af te wenden. [minderjarige] heeft in haar leven al veel ingrijpende gebeurtenissen, instabiliteit en onveiligheid gekend. [minderjarige] is sinds 2023 uithuisgeplaatst, omdat de moeder niet langer in staat was om de zorg over [minderjarige] te dragen. De afgelopen jaren heeft [minderjarige] bij de pleegouders goede stappen gezet en zij lijkt momenteel voldoende rust en veiligheid te ervaren bij de pleegouders. Tegelijkertijd bestaan er nog grote zorgen over het gedrag en welzijn van [minderjarige] na de contactmomenten met de moeder. Zo uit [minderjarige] bij de pleegouders verdriet en boosheid, eet zij slecht en laat zij zich moeilijk(er) begrenzen. Ook laat zij spanningsklachten zien rondom het contact met de moeder. Het is tot op heden niet duidelijk geworden waar dit gedrag vandaan komt en bij welke hulpverlening [minderjarige] gebaat is. Wel is duidelijk dat het langer uitblijven van passende diagnostiek en behandeling ertoe kan leiden dat de bestaande problemen zich blijven voortdoen en daarmee de sociaal-emotionele ontwikkeling, relaties en het functioneren van [minderjarige] kunnen beïnvloeden. Ondanks de inspanningen van de gecertificeerde instelling, zijn de benodigde toestemmingen van de vader en de moeder voor deze diagnostiek en behandeling niet verkregen. De kinderrechter vat het uitblijven van toestemming vanuit de ouders op als een weigering om de toestemming te verlenen. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat de diagnostiek en daaruit voortvloeiende behandeling voor [minderjarige] zo snel mogelijk en zonder vertraging wordt opgestart. Als de huidige situatie nog langer voortduurt en [minderjarige] niet de benodigde behandeling ontvangt, kan dit een ernstig gevaar opleveren voor haar (verdere) ontwikkeling en gezondheid. De kinderrechter zal daarom het verzoek toewijzen en toestemming verlenen, welke de toestemming van de ouders vervangt, voor diagnostiek en de daaruit vloeiende benodigde behandeling bij Jeugdformaat of een soortgelijke instantie.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kinderrechter:

verleent vervangende toestemming, welke de toestemming van de ouders vervangt, voor de medische behandeling van [minderjarige], inhoudende: het starten en uitvoeren van diagnostiek en de daaruit vloeiende behandeling bij Jeugdformaat of een soortgelijke instantie;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026 door mr. C.L. Strop, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 15 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.M. Goossen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand