RECHTBANK DEN HAAG
Beschikking zorgmachtiging
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak- en rekestnummer: C/09/712210 / FA RK 26-9172
Datum beschikking: 22 september 2026
op het verzoek van de officier van justitie voor:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats], [geboorteland],
wonend in [woonplaats],
advocaat: mr. R.G. van der Laan uit Leiden.
ProcesverloopOp 17 augustus 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 28 september 2026.
De officier van justitie heeft op 7 september 2026 verzocht om een zorgmachtiging. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. B. van Es, waarnemend voor de advocaat en een tolk Arabisch (Syrisch-Libanees);
- de arts, [naam].
Beoordeling
Uit de stukken en de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
-maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar.
Betrokkene was opgenomen met een manisch psychotisch toestandsbeeld waarin hij beperkt inzicht gaf in zijn belevingswereld. Voor de opname kwam hij toenemend in beeld bij de politie met verward en agressief gedrag. Betrokkene kon met ontslag als hij open zou staan voor een ambulante behandeling en depotmedicatie. Inmiddels is betrokkene met ontslag en heeft hij kennis gemaakt met het ambulante team.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
Betrokkene vindt een zorgmachtiging niet nodig. Hij bestrijdt de noodzaak van het gebruik van medicatie en ook ziet hij geen noodzaak voor het verkrijgen van zorg in een ambulant kader. Door de artsen, waaronder ook de onafhankelijk psychiater, is vastgesteld dat betrokkene zorg, waaronder medicatie nodig heeft. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan dit oordeel. Het is aannemelijk dat betrokkene zijn volgende depotmedicatie zal weigeren indien er geen zorgmachtiging is. De rechtbank is daarom van oordeel dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en acht verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het dossier en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de vormen van verplichte zorg zoals hierna in de beslissing zijn opgenomen nodig zijn. Omdat de arts tijdens de zitting heeft toegelicht dat insluiten en het uitoefenen van toezicht niet meer voorzienbaar zijn, zal de rechtbank deze zorgvormen afwijzen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats], [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 maart 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.