Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 27 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.H.C. Houben in Leiden, voorheen: mr. A. Bootsma in Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.J. Ottens in Noordwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 8 september 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- het weekend van de oneven weken vrijdagmiddag uit school 12:15 uur tot zondagavond na het eten 18:30 uur;
- het weekend van de even weken van zaterdagmiddag 16:00 uur tot zondagavond na het eten 18:30 uur;
- iedere week van woensdag uit school 12:15 uur tot woensdagavond na het eten 18:30 uur;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 580,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van 27 juli 2026, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt hij zelfstandig de rechtbank te bepalen dat:
subsidiair dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] inclusief de inboedelgoederen met bevel dat de vrouw de woning niet verder mag betreden;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Toevertrouwing kinderen
Partijen zijn het erover eens dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd. De rechtbank acht dit ook in het belang van de kinderen, omdat de vrouw altijd de hoofdverzorger van de kinderen is geweest, waarbij zij ook het grootste deel van de medische zorg voor [minderjarige 2] heeft gedragen. De kinderen zijn dit gewend. De rechtbank zal daarom conform de overeenstemming van partijen beslissen.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is het volgende gebleken. Partijen zijn het erover eens dat zij niet langer gezamenlijk in de woning kunnen blijven. Tijdens de zomervakantie hebben zij in gezamenlijk overleg uitvoering gegeven aan een tijdelijke birdnesting-regeling, waarbij partijen afwisselend met de kinderen in de woning verbleven. De man wil graag dat er nu voorlopig een andere birdnesting-regeling wordt vastgesteld. De vrouw heeft zich daartegen verzet. Zij verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Voor het geval dat er geen birdnesting-regeling wordt vastgesteld, verzoekt de man dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe komt.
De rechtbank zal, zoals hierna blijkt, geen birdnesting-regeling vaststellen. Gebleken is dat de birdnesting-regeling in de zomervakantie tot grote spanningen bij de vrouw heeft geleid, mede omdat de man zonder overleg met de vrouw zijn nieuwe partner en diens kinderen in de echtelijke woning heeft toegelaten. Dit heeft als gevolg dat er bij de vrouw geen draagvlak en vertrouwen meer is om een birdnesting-regeling uit te voeren. Omdat partijen het erover eens zijn dat zij niet langer samen met de kinderen in de woning kunnen verblijven, zal de rechtbank een belangenafweging moeten maken en een van partijen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toekennen. Voorop staat dat beide partijen belang hebben bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank is echter van oordeel dat het belang van de vrouw groter is dan dat van de man. De kinderen zijn toevertrouwd aan de vrouw en hebben er belang bij dat zij met de vrouw in de echtelijke woning kunnen blijven. Daarbij komt dat de man, meer dan de vrouw, financieel gezien in staat is om (tijdelijk) vervangende woonruimte te vinden. De rechtbank zal daarom het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toekennen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.
Voorlopige zorgregeling
Op de zitting is uitvoerig met partijen en de Raad gesproken over een voorlopige zorgregeling en zijn partijen tot overeenstemming gekomen. Partijen hebben een voorlopige tweewekelijkse regeling afgesproken. De ene week zijn de kinderen bij de vader van woensdagochtend naar school tot vrijdagavond en de andere week van donderdag naar school tot zondagmiddag, waarbij de vrouw de kinderen op de woensdag- en donderdagochtend naar school brengt. Partijen hebben dit op deze manier afgesproken, omdat de man op zijn zorgdagen stand-by moet staan voor het geval er door de school van [minderjarige 2] een beroep wordt gedaan op (medische) zorg voor [minderjarige 2] . De kinderen zijn op deze dagen wanneer er geen school is ook bij de man. Daarnaast zijn partijen overeengekomen dat zij de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte verdelen. De rechtbank acht deze voorlopige zorgregeling in het belang van de kinderen en zal conform de overeenstemming van partijen beslissen zoals hierna in het dictum vermeld.
Voorlopige kinderalimentatie
Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport Alimentatienormen (het rapport) als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro's.
Ingangsdatum
Partijen hebben tot 30 augustus 2026 uitvoering gegeven aan een birdnesting-regeling. De man heeft in deze periode de helft van de tijd de zorg voor de kinderen gedragen. In redelijkheid zal de rechtbank daarom de ingangsdatum bepalen op de datum van deze beschikking.
Behoefte
Bij het bepalen van de behoefte aan een kinderbijdrage hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in het rapport. Daartoe dient allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de ouders ten tijde van de samenleving te worden bepaald.
De behoefte van de kinderen is in geschil, omdat partijen rekenen met een ander inkomen van de man. Nu de vrouw rekent met het salaris dat de man verdiende op het moment dat partijen feitelijk uit elkaar zijn gegaan, zal de rechtbank de berekening van de vrouw volgen.
Aan de zijde van de vrouw gaat de rechtbank uit van een WIA uitkering van € 2.712,- per maand op basis van haar UWV betaalspecificaties van april, mei en juni 2026. De rechtbank houdt rekening met 8% vakantietoeslag. Rekening houdend met de algemene heffingskorting berekent de rechtbank het NBI van de vrouw ten tijde van het uiteengaan van partijen op € 2.113,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.
Aan de zijde van de man gaat de rechtbank uit van een inkomen uit loon van € 8.091,- per maand op basis van zijn loonstroken van januari en februari 2026. De rechtbank houdt verder rekening met een benefit budget van € 1.116,- per maand, een pensioenpremie van
€ 593,- per maand en een aanvullende pensioenpremie van € 17,- per maand. Rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man ten tijde van het uiteengaan van partijen op € 5.342,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.
Uitgaande van de hiervoor genoemde gegevens bedroeg het NBGI van partijen ten tijde van het uiteengaan € 7.455,- per maand. Gelet op dit NBGI bedraagt de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op basis van de tabel eigen aandeel kosten kinderen 2026 voor twee kinderen uit het rapport € 1.686,- per maand, te weten € 843,- per maand per kind.
Draagkracht
De behoefte van de kinderen moet door partijen worden opgebracht naar rato van hun beider draagkracht. De financiële draagkracht van partijen dient conform de aanbevelingen uit het rapport 2026 in beginsel te worden vastgesteld aan de hand van de formule
70% x [NBI - (0,3 x NBI + 1.365)].
Draagkracht vrouw
Bij de berekening van de financiële draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank, net als bij de berekening van de behoefte, uit van een WIA uitkering van € 2.712,- per maand op basis van haar UWV betaalspecificaties van april, mei en juni 2026. De rechtbank houdt verder rekening met 8% vakantietoeslag. Rekening houdend met de algemene heffingskorting en het kindgebonden budget berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.793,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.
De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule € 413,- per maand, te weten
70% x 2.793 [ - (0,3 x 2.793 + 1.365)].
Draagkracht man
Partijen zijn op de zitting overeengekomen dat gerekend dient te worden met 80% van het eerdere inkomen van de man. De man heeft namelijk inmiddels een lager inkomen, doordat hij minder uren is gaan werken om meer van de zorg van de kinderen op zich te nemen.
Bij de berekening van de financiële draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van een inkomen uit loon van € 6.473,- op basis van zijn loonstroken van juli en augustus 2026. Verder houdt de rechtbank rekening met een benefit budget van € 893,- per maand, de pensioenpremie van € 475,- per maand en de aanvullende pensioenpremie van € 14,- per maand. Rekening houdend met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank het NBI van de man op € 4.585,- per maand. Voor de berekening van dit bedrag verwijst de rechtbank naar de berekening die aan deze beschikking is gehecht.
De man verzoekt de rechtbank rekening te houden met woonlasten van € 2.500,- per maand. Hij stelt dat hij een woning moet huren voor hem en de kinderen in Noordwijk of Noordwijkerhout. De kosten daarvan overtreffen het forfaitaire woonbudget. De rechtbank overweegt als volgt. Het woonbudget van de man bedraagt volgens de berekening van de rechtbank € 1.376,- per maand. De rechtbank constateert dat dit een ruim woonbudget is. Wanneer de man een duurdere woning wil huren dient hij dit uit zijn vrije ruimte te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank mag het eventuele financiële gevolg van de keuze van de woning van de man geen voorrang krijgen op zijn onderhoudsverplichting naar de kinderen toe. De rechtbank zal daarom geen rekening houden met de door de verzochte werkelijke woonlasten.
De draagkracht van de man bedraagt volgens de formule € 1.291,- per maand, te weten
70% x 4.585 [ - (0,3 x 4.585 + 1.365)].
Conclusie
Gelet op de gezamenlijke draagkracht van partijen van (€ 413,- + € 1.291,- =) € 1.704,- per maand bedraagt het eigen aandeel van de man in de kosten van de kinderen naar rato van zijn draagkracht (€ 1.291,- / € 1.704,- x € 1.685,- =) € 1.277,- per maand.
Op de door de man te betalen bijdrage dient in beginsel een zorgkorting in mindering te worden gebracht. De zorgkorting bedraagt een percentage van de behoefte, welk percentage afhankelijk is van de hoeveelheid omgang of zorg. Gelet op de vast te stellen voorlopige zorgregeling ziet de rechtbank aanleiding om rekening te houden met een zorgkorting van 35%. Het bedrag aan zorgkorting bedraagt € 590,- per maand (35% van € 1.685,-). De door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie zal dan ook worden vastgesteld op een bedrag van € 687,- per maand, te weten € 344,- per maand per kind.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben;
waarbij de vrouw de kinderen in de ene week op woensdag en in de andere week op donderdag naar school brengt en de man vanaf dat moment stand-by staat voor (de school van) [minderjarige 2] ;
- de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg te verdelen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 344,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 september 2026.