Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 22 juni 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.J. Sloot in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.L. Weterings in Oegstgeest.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 25 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De minderjarigen [minderjarige 1] heeft in een gesprek met de (kinder)rechter haar mening gegeven over de verzoeken. [minderjarige 2] is hiertoe in de gelegenheid gesteld.
Feiten
Verzoek en verweer
De man verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
- voor de duur van de echtscheidingsprocedure de kinderen:
- althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling vast te leggen;
- de man het uitsluitend gebruik heeft van de woning in de even weken van zaterdagavond om 20:30 uur tot dinsdagavond om 20:30 uur en in de oneven weken van dinsdagavond om 20:30 uur tot zaterdagavond om 20:30 uur, voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de vrouw bij wijze van voorlopige voorziening zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Woning / zorg voor de kinderen
Standpunten van partijen
De man verzoekt een birdnestregeling waarbij de ouders om de week van dinsdagavond tot zaterdagavond bij de kinderen in de woning verblijven waarbij iedere ouder tijdens de regeling het exclusieve gebruik van de woning heeft. De rechtbank begrijpt het verzoek van de man zo dat hij om de week met de kinderen in de woning wil verblijven. Volgens de man is deze regeling het meest in het belang van de kinderen omdat zij dan weer twee volwaardige ouders in hun leven hebben. Op dit moment is dat niet zo, omdat de man sinds 8 juni 2026 bij zijn moeder in [plaats 2] woont. De man kan de kinderen daar niet goed opvangen omdat daarvoor geen ruimte is. Daarnaast stelt de man dat het contact tussen hem en de kinderen sinds 8 juni 2026 door de vrouw wordt verhinderd. Indien partijen zullen gaan birdnesten zal deze verhindering niet langer mogelijk zijn.
De vrouw verzet zich tegen een birdnestregeling en verzoekt het uitsluitend gebruik van de woning. Volgens de vrouw heeft de man psychische en medische problemen, die mede de relatiebreuk tussen partijen hebben veroorzaakt. Zo heeft de man meerdere suïcidale uitingen gedaan, gebruikt hij pijnmedicatie en heeft hij volgens de vrouw een hyperfixatie op anuskanker. Door deze problematiek kan de man nu niet de zorg bieden die de kinderen nodig hebben. Daarbij heeft de vrouw, anders dan de man, geen alternatieve woonruimte waar zij zou kunnen verblijven en is de communicatie tussen partijen verstoord. De vrouw acht het wel van belang dat de kinderen contact hebben met de man en stelt daarom voor dat de kinderen voorlopig bij de man zijn:
De raadsvertegenwoordiger heeft op de zitting aangegeven dat birdnesting de beste constructie is voor de kinderen. Daarvoor is het wel nodig dat de kinderen onbelast contact met hun beide ouders kunnen hebben.
Het oordeel van de rechtbank
Om te zorgen dat de kinderen onbelast contact kunnen hebben met de andere ouder in een birdnestregeling, is goed onderling contact en overleg tussen de ouders noodzakelijk. Met een birdnestregeling moeten de ouders veel praktische zaken afstemmen en regelen. Op het moment lukt dat niet. De ouders hebben onderling weinig contact. Het contact dat er is, loopt moeizaam. Dit maakt dat de rechtbank een birdnestregeling te belastend vindt voor partijen en de kinderen. De rechtbank verwacht dat partijen op de lange termijn meer gebaat zijn bij rust en duidelijkheid. Daarom zal de rechtbank geen birdnestregeling vaststellen.
De rechtbank acht het wel van groot belang dat het contact tussen de man en de kinderen wordt hersteld. Uit de door de vrouw overlegde stukken blijkt dat de man zorgen heeft gehad over zijn gezondheid en dat dit ook zijn weerslag heeft gehad op zijn mentale gezondheid en de relatie van partijen. De rechtbank acht die zorgen momenteel echter niet dusdanig dat de man niet voor de kinderen kan zorgen. Omdat de man de kinderen al enige tijd niet heeft gezien en er geen ruimte is voor de kinderen om bij de moeder van de man te overnachten, zal de rechtbank een voorlopige zorgregeling vaststellen waarbij de kinderen bij de man zullen zijn:
Omdat de vrouw de meeste zorg voor de kinderen draagt, zal de rechtbank beslissen dat zij het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning krijgt en de kinderen aan haar toevertrouwen.
Voorlopige kinderalimentatie
De moeder verzoekt te bepalen dat de man voorlopig € 352,- per kind, per maand aan kinderalimentatie voldoet. De man verzoekt dit bedrag te minderen tot € 156,- per kind per maand.
Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.
Ingangsdatum
De rechtbank zal, conform artikel 822 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), als ingangsdatum van de voorlopige kinderalimentatie de datum van de beschikking hanteren.
Behoefte
Partijen zijn het eens over de behoefte van de kinderen, namelijk € 513,- per kind per maand (totaal € 1.539,- per maand).
Draagkracht moeder
Partijen zijn het eens dat voor de draagkracht van de moeder uit kan worden gegaan van haar salarisspecificatie van april 2026. De rechtbank zal rekening houden met:
Rekening houdend met voornoemde uitgangspunt en met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 2.658,- per maand en haar draagkracht op € 347,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening
Draagkracht vader
Tussen partijen is de draagkracht van de vader in geschil.
Gelet op de hiervoor bepaalde ingangsdatum rekent de rechtbank met de tarieven 2026-II.
De rechtbank zal de salarisspecificatie van de man van april 2026 als uitgangspunt nemen en rekening houden met:
Tussen partijen is in geschil in hoeverre er rekening gehouden dient te worden met de aflossing van de schuld ten aanzien van de verbouwing van de keuken van partijen, welke zij hebben afgesloten bij de vader van de vrouw. Zij moeten hiervoor € 1.267,- per maand aflossen.
De man stelt dat hij maandelijks de gehele schuldenlast van € 1.267,- per maand voldoet en dat hiermee rekening gehouden dient te worden. Op de zitting bleek echter dat de vader van de vrouw heeft voorgesteld dat partijen de schuld naar rato van hun inkomen zullen aflossen. Dit komt neer op 23% door de vrouw en 77% door de man. De man vreest dat de vrouw haar deel van de aflossing niet tijdig zal voldoen, waardoor de schuld opeisbaar wordt. Nu het gaat om de vader van de vrouw, gaat de rechtbank ervan uit dat hij zich niet onredelijk zal opstellen. Daarom zal de rechtbank enkel rekening houden met 77% van de maandlast, te weten € 976,- per maand.
Rekening houdend met voornoemde uitgangspunten en met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 5.325,- per maand en zijn draagkracht op € 970,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Zorgkorting
Gelet op de door de door de rechtbank vastgestelde voorlopige zorgregeling, zal de rechtbank rekening houden met een zorgkorting van 15%. De behoefte van de kinderen is € 1.539,- per maand in 2026, zodat de zorgkorting voor de man dan een bedrag van afgerond € 231,- per maand bedraagt.
Verdeling van de kosten
Partijen hebben samen onvoldoende draagkracht (347 + 970 = 1.317) om volledig in de behoefte van de kinderen (1.539) te voorzien. Daarom wordt het tekort (1.539 – 1.317 = 222) aan beide partijen voor de helft toegerekend. Voor de man betekent dit dat de helft van het tekort (111) in mindering komt op zijn zorgkorting, zodat de door hem te betalen bijdrage als volgt wordt berekend: [970– (231 – 111) =] = € 850,- per maand.
Conclusie
De rechtbank zal gelet op al het voorgaande beslissen dat de man met ingang van 22 september 2026 in totaal € 850,- per maand aan voorlopige kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen.
Aanhechten berekening
De door de rechtbank gemaakte berekeningen zijn aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan onderdeel uit.
Voorlopige partneralimentatie
Omdat partijen al onvoldoende draagkracht hebben om volledig in de behoefte van hun kinderen te voorzien, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen.
Proceskosten
De vrouw verzoekt om de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure.
De rechtbank overweegt dat in verzoekschriftprocedures tussen ex-partners terughoudend wordt omgegaan met een proceskostenveroordeling. In beginsel worden de proceskosten gecompenseerd, in die zin dat iedere ouder zijn of haar eigen proceskosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van zo’n uitzonderlijk geval.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw over de proceskostenveroordeling daarom afwijzen en de proceskosten dan ook compenseren, in die zin dat iedere ouder de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres];
*
bepaalt dat de minderjarigen:
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de kinderen voorlopig bij de man zullen zijn:
*
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 22 september 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de drie kinderen van in totaal € 850,- per maand moet betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.