ECLI:NL:RBDHA:2026:30772

ECLI:NL:RBDHA:2026:30772

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-10-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer AWB - 25 _ 8168
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

In geschil is of de ANBI-status van eiseres terecht is ingetrokken; artikel 5b van de AWR; eiseres maakt niet aannemelijk dat zij voldoet aan de kwalitatieve toets; geen schending van het vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel of motiveringsbeginsel; het beroep is ongegrond.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 oktober 2026 in de zaak tussen

Stichting [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 25/8168

en

Procesverloop

Eiseres heeft met dagtekening 22 oktober 2019 verzocht om bij beschikking aangemerkt te worden als een algemeen nut beogende instelling (ANBI).

Verweerder heeft bij beschikking van 30 december 2019 eiseres vanaf 24 oktober 2019 aangemerkt als ANBI.

Op 2 oktober 2020 heeft verweerder een onderzoek ingesteld om te beoordelen of eiseres voldoet aan de voorwaarden voor de ANBI-status.

Met dagtekening 24 juni 2023 heeft verweerder de ANBI-status van eiseres met terugwerkende kracht tot 24 oktober 2019 ingetrokken (de intrekkingsbeschikking).

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekkingsbeschikking.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 oktober 2025 de intrekkingsbeschikking gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2026.

Namens eiseres is [gemachtigde] verschenen, bijgestaan door [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [medewerker belastingdienst 1], mr. [medewerker belastingdienst 2], mr. [medewerker belastingdienst 3] en mr. drs. [medewerker belastingdienst 4].

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is opgericht bij notariële akte van [datum] 2019 en heeft volgens haar statuten de volgende doelstelling:

“1. Het doel van de stichting is het bestrijden van de woningnood in de wereld door

het bevorderen van duurzame gebiedsontwikkeling en revolutionaire innovaties

waarbij leefbaarheid en duurzaamheid vooropstaan.”

2. Voor zover hier van belang, heeft eiseres in haar beroepsgronden haar rol en feitelijke werkzaamheden als volgt beschreven:

“[Eiseres] is opgericht vanuit de constatering dat een aantal maatschappelijke opgaven op het gebied van leefbaarheid, duurzaamheid en sociale inclusie structureel onvoldoende wordt geborgd binnen bestaande publieke en private uitvoeringsstructuren.

Juist daar waar uitvoering plaatsvindt binnen projectmatige, commerciële of beleidsmatige kaders, ontbreekt vaak een onafhankelijke normatieve ‘laag’ die publieke waarden duurzaam vastlegt en bewaakt.

De stichting is daarom bewust ingericht als een normstellende en kaderstellende entiteit. Zij verricht geen uitvoerende of exploiterende activiteiten en neemt geen projectverantwoordelijkheid op zich. (…)

De rol van de stichting is die van hoeder van publieke randvoorwaarden: zij ontwikkelt, toetst en bewaakt de criteria waaronder maatschappelijke middelen mogen worden ingezet Daarmee bepaalt zij niet wie uitvoert, maar onder welke voorwaarden uitvoering in het algemeen belang kan plaatsvinden. (…)

De stichting ontplooit geen eigen operationele activiteiten. (…)

Derden die binnen door de stichting vastgestelde publieke randvoorwaarden activiteiten ontplooien, doen dit zelfstandig, voor eigen rekening en risico. Het bestaan van normatieve kaders impliceert geen ondersteuning, financiering of bevoordeling.

De werkzaamheden van de stichting bestaan uit normstelling en borging en niet uit het ondersteunen van concrete initiatieven.”

3. Ter zitting heeft eiseres eveneens verklaard dat haar werkzaamheden bestonden uit onderzoek, normstelling, kaderontwikkeling, partnerselectie en maatschappelijke regie op het gebied van betaalbare en duurzame leefbaarheid en dat haar doelgroep alle woningzoekenden wereldwijd betreft.

4. Op 22 september 2025, tijdens de bezwaarfase, heeft eiseres op verzoek van verweerder (opnieuw) informatie over haar activiteiten verstrekt. Voor zover hier van belang, heeft eiseres de door haar gestelde normen en kaders toen als volgt omschreven:

“Normeren

[Eiseres] stelt beleid en prestatierichtlijnen vast voor betaalbaarheid, energie, circulariteit, inclusie, leefbaarheid en biodiversiteit, inclusief meetprotocollen en scorecards. Dit omvat o.a. het ontwikkelen van toetsingskaders waarmee projecten en partners vooraf en tijdens uitvoering aan publieke doelen worden gemeten.

(…)

Concreet betekent dit dat [eiseres]:

Normatieve kaders en toetsingsmethoden heeft ontwikkeld (o.a. de Liveability

Scorecard en de Global Scan), die vooraf en tijdens uitvoering worden toegepast

om publieke waarde meetbaar te maken.

Randvoorwaarden stelt: toepassing van circulaire en biobased materialen,

energie-positieve woningconcepten, natuur-inclusieve ontwerpen en sociale

mengvormen.

(…)

Voorbeelden van kaders die [eiseres] stelt zijn onder meer:

 instrumenten die woonlasten structureel tot 25% verlagen (via coöperatieve

hypotheekmodellen, collectieve energieopwekking en schaalvoordelen in

financiering);

 het modulair woningconcept met de Ceres-module, dat energieneutraal en

circulair bouwen mogelijk maakt;

 biodiversiteitsnormen zoals groene daken en waterbuffers;

 internationale analyses (Global Scan) om prioritering en partnerschappen op een toetsbare manier vorm te geven.”

5. Sinds haar oprichting heeft eiseres geen liquide middelen tot haar beschikking gehad en heeft zij geen financieringsactiviteiten verricht of bestedingen gedaan. Het vermogen van eiseres bestaat uit aan haar geschonken waardepapieren die (nog) niet te gelde zijn gemaakt.

Geschil 6. In geschil is of de ANBI-status van eiseres terecht is ingetrokken. Daarnaast is in geschil of het vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel zijn geschonden.

7. Eiseres stelt primair dat de ANBI-status ten onrechte is ingetrokken, aangezien zij met haar werkzaamheden, inrichting en doelstelling voldoet aan de voorwaarden om als ANBI te worden aangemerkt. Verder stelt eiseres dat verweerder het vertrouwensbeginsel, motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden. Als de rechtbank van oordeel is dat de ANBI-status van eiseres terecht is ingetrokken, dan verzoekt eiseres subsidiair dat de rechtbank de proportionaliteit (de evenredigheid) van de intrekking met terugwerkende kracht beoordeelt.

8. Verweerder stelt dat de ANBI-status van eiseres terecht met terugwerkende kracht is ingetrokken, aangezien uit het onderzoek is gebleken dat eiseres niet aan de voorwaarden voor de ANBI-status voldeed en dus onterecht als ANBI is aangemerkt. Verder stelt verweerder dat het vertrouwensbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel (evenredigheidsbeginsel) niet zijn geschonden.

Beoordeling van het geschil

Voorwaarden voor ANBI

9. Om als ANBI te kunnen worden aangemerkt moet een instelling – niet zijnde een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven – aan een aantal cumulatieve voorwaarden voldoen. Eén van deze voorwaarden is dat de instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. In het derde lid van artikel 5b van de AWR is bepaald wat als algemeen nut in de zin van dit artikel wordt beschouwd. Dat de instelling uitsluitend of nagenoeg het algemeen nut beoogt, moet blijken uit de regelgeving en de feitelijke werkzaamheden van de instelling.

10. Om te kunnen aannemen dat met de feitelijke werkzaamheden uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut is beoogd, moet in de eerste plaats kunnen worden vastgesteld dat die werkzaamheden rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen (de kwalitatieve toets). Daarnaast wordt verlangd dat het beoogde doel voor meer dan 90 procent ten bate van het algemeen belang strekt en niet ten bate van een particulier belang (de kwantitatieve toets).

11. In de twee voornoemde toetsen ligt de eis besloten dat de desbetreffende instelling haar werkzaamheden richt op het dienen van voldoende concreet bepaalde doelen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend tot het algemeen nut kunnen worden gerekend. Immers, als aan deze eis niet wordt voldaan kan niet worden vastgesteld of, en zo ja in welke mate, de werkzaamheden van die instelling erop zijn gericht enig algemeen belang te dienen. Hetzelfde heeft te gelden indien de werkzaamheden bestaan uit het financieel of op andere wijze ondersteunen van een algemeen nut beogende instelling; in dat geval moet de desbetreffende instelling zich ten doel stellen één of meer voldoende concreet bepaalde algemeen nut beogende instellingen te ondersteunen.

Kwalitatieve toets

12. Eiseres dient aannemelijk te maken dat zij voldoet aan de voorwaarden om als ANBI te kunnen worden aangemerkt. De rechtbank toetst in dit kader eerst of aan de kwalitatieve toets wordt voldaan. Tussen partijen is niet in geschil dat op basis van de statutaire doelstelling van eiseres niet valt uit te sluiten dat eiseres rechtstreeks is gericht op enig algemeen belang (zie onder 1). De kwalitatieve toets is daarom in dit geval beperkt tot de vraag of de feitelijke werkzaamheden van eiseres er rechtstreeks op gericht waren enig algemeen belang te dienen zoals bedoeld in artikel 5b van de AWR.

13. De rechtbank stelt voorop dat eiseres voor de verwezenlijking van haar doelstelling, te weten het bestrijden van de woningnood in de wereld, een regelgevende onderscheidenlijk beleidsbepalende positie heeft gekozen in plaats van zelf projecten uit te voeren. Eiseres is in haar eigen woorden een normstellende en kaderstellende entiteit zonder operationele activiteiten (zie onder 2). De door eiseres opgestelde normen en kaders zien onder andere op betaalbaarheid, circulariteit, leefbaarheid en biodiversiteit (zie onder 4). Deze normen en kaders zijn volgens eiseres bedoeld voor allerlei partijen binnen zowel de publieke als private sector. Voor zover de rechtbank begrijpt, kunnen partijen voor wie eiseres optreedt er vrijwillig voor kiezen zich aan de door eiseres gestelde normen en kaders te houden. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij zichzelf ziet als een aanvulling op de overheid en dat zij – zonder te benoemen welke – onder meerdere categorieën van algemeen nut valt zoals bedoeld in artikel 5b, derde lid, van de AWR.

14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres hiermee niet aannemelijk gemaakt dat haar feitelijke werkzaamheden er rechtstreeks op gericht waren enig algemeen belang te dienen. Dat andere partijen door de normen en kaders van eiseres wellicht op een duurzamere en efficiëntere manier woningen kunnen bouwen, maakt niet dat er een rechtstreeks verband is tussen de werkzaamheden van eiseres inzake deze normen en kaders en enig algemeen belang. Met betrekking tot het vereiste van het “rechtsreeks erop gericht zijn” heeft de Hoge Raad immers geoordeeld dat het daarbij niet gaat om de vraag of ten gevolge van die werkzaamheden om enigerlei reden (indirect) het algemeen belang is gediend. Voor zover eiseres heeft bedoeld te stellen dat zij met haar normen en kaders andere algemeen nut beogende instellingen “op andere wijze” ondersteunt zoals bedoeld in artikel 5b, derde lid, onderdeel m, van de AWR, dan geldt dat op voorhand niet kan worden vastgesteld welke partijen zich aan de normen en kaders zullen houden en of, en zo ja in hoeverre, die partijen het algemeen nut beogen. Als een private partij voordeel heeft van de door eiseres opgestelde normen en kaders, bijvoorbeeld omdat deze bij de bouw van woningen tot een kostenbesparing leiden, dan wordt daarmee het particulier belang van de commerciële partij gediend. Voor de volledigheid vermeldt de rechtbank dat de stukken die eiseres voorafgaand aan de beroepsfase aan verweerder heeft overgelegd, zoals haar jaarrekeningen, beleidsplan en notulen van bestuursvergaderingen, geen aanleiding geven tot een ander oordeel.

15. Aangezien eiseres niet voldeed aan in ieder geval één van de cumulatieve voorwaarden voor de ANBI-status, betekent dit dat de ANBI-status in beginsel terecht is ingetrokken. De rechtbank komt daardoor niet toe aan het toetsen van de overige voorwaarden die gelden voor de ANBI-status.

Vertrouwensbeginsel

16. Verweerder is per 2 oktober 2020 een onderzoek gestart naar de ANBI-status van eiseres en heeft per brief van 15 februari 2021 aangekondigd voornemens te zijn om de ANBI-status met terugwerkende kracht in te trekken. Naar aanleiding van dit voornemen heeft er diverse keren contact plaatsgevonden tussen eiseres en de behandelend inspecteur (de inspecteur). Op 20 juni 2022 heeft eiseres een voorstel aan de inspecteur gestuurd op basis waarvan eiseres naar haar mening zou (blijven) voldoen aan de anti-oppoteis. Eiseres stelt dat de inspecteur op 28 juni 2022 telefonisch heeft ingestemd met dit voorstel en dat het onderzoek naar de ANBI-status toen in de eindfase verkeerde. Verweerder weerspreekt dat de inspecteur een dergelijke toezegging heeft gedaan en verwijst ter onderbouwing hiervoor naar de notulen van bestuursvergaderingen van eiseres. Vaststaat in ieder geval dat de inspecteur, die een aanvang met het onderzoek had gemaakt, kort hierna ziek is geworden en dat het onderzoek op 7 maart 2023 is overgenomen door een andere inspecteur. Eiseres stelt dat zij na het telefonisch overleg op 28 juni 2022 in de veronderstelling verkeerde dat er overeenstemming was bereikt over het enige nog openstaande punt inzake de ANBI-status (de anti-oppoteis) en dat hiermee het vertrouwen is gewekt dat zij haar ANBI-status kon behouden.

17. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel dient eiseres aannemelijk te maken dat door de inspecteur toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit eiseres in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en zo ja, hoe de inspecteur in een concreet geval zijn bevoegdheden zou uitoefenen. Volgens de jurisprudentie moet het hierbij gaan om een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging, uitlating of gedraging. In dit geval heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de inspecteur uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk heeft toegezegd dat de ANBI-status van eiseres – in tegenstelling tot hetgeen per brief van 15 februari 2021 was aangekondigd – niet zou worden ingetrokken. Zelfs als de inspecteur op 28 juni 2022 telefonisch zou hebben ingestemd met het voorstel inzake de anti-oppoteis – hetgeen door verweerder is weersproken – maakt dit het voorgaande niet anders. Dat het onderzoek naar de ANBI-status rond 28 juni 2022 in de eindfase verkeerde, zegt bovendien niets concreets over de bevindingen van het onderzoek. Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep op het vertrouwensbeginsel dan ook niet.

Zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel

18. Eiseres stelt dat verweerder zowel het zorgvuldigheidsbeginsel als het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Volgens eiseres heeft verweerder niet de relevante feiten en omstandigheden volledig en zorgvuldig vastgesteld, is de besluitvorming gebaseerd op een veralgemeniseerd beeld en niet toegespitst op eiseres en ontbreekt voorts een draagkrachtige en inzichtelijke motivering. Naar het oordeel van de rechtbank is de uitspraak op bezwaar juist naar behoren voorbereid en deugdelijk gemotiveerd. Anders dan eiseres stelt, is de uitspraak op bezwaar op haar toegespitst en is het logisch dat verweerder, voor zover relevant, de verhoudingen van eiseres met andere partijen heeft benoemd. Van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of het motiveringsbeginsel is dan ook geen sprake.

Evenredigheidsbeginsel

19. Subsidiair heeft eiseres de rechtbank verzocht om de proportionaliteit (de evenredigheid) van de intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht te beoordelen. De rechtbank stelt hierbij voorop dat de voorwaarden om als ANBI te worden aangemerkt rechtstreeks volgen uit de wet- en regelgeving. Verweerder heeft hierbij geen beoordelingsvrijheid, waardoor het besluit tot intrekking niet aan het evenredigheidsbeginsel kan worden getoetst.

20. Voor zover het gaat om de terugwerkende kracht van de intrekkingsbeschikking heeft verweerder wel enige beoordelingsvrijheid. Hierbij geldt dat de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid geeft om een instelling niet meer als ANBI aan te merken vanaf een tijdstip gelegen vóór de datum van de intrekkingsbeschikking. Van deze mogelijkheid mag verweerder gebruikmaken tenzij algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het evenredigheidsbeginsel, hieraan in de weg staan. De rechtbank dient te beoordelen of de voor eiseres nadelige gevolgen van de terugwerkende kracht van de intrekking in een onevenredige verhouding staan tot de doelen hiervan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat dit het geval is. De door eiseres benoemde nadelige gevolgen, zoals afspraken over toekomstige dividendstromen die eiseres zou ontvangen en waarvoor de ANBI-status een voorwaarde is, zien namelijk niet specifiek op de terugwerkende kracht van de intrekking maar op de intrekking zelf (zie onder 19).

Slotsom

21. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de ANBI-status van eiseres terecht met terugwerkende kracht ingetrokken en dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

22. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Arts, voorzitter, en mr. B. Sahebali en mr. A.J.M. Arends, leden, in aanwezigheid van mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026.

De griffier is verhinderd

te ondertekenen

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).

Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.

Verder vermeldt u ten minste het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/2333 Viditax (FutD) 2026110203
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand