Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 27 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Meijer te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.C. van 't Hek te Dordrecht.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 10 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat en de moeder met haar waarnemend advocaat mr. A.C. van der Glas.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
De vader verzoekt – in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) – een zorgregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] eenmaal per veertien dagen van donderdag na de opvang tot dinsdag naar de opvang bij de vader verblijft, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:
althans een zodanige regeling te bepalen als de rechtbank juist acht;
geen inspraak in deze activiteiten, zolang deze binnen Nederland plaatsvinden;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vader aanvullend:
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer tegen de aanvullende verzoeken van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Zorgregeling
Op de zitting is gebleken dat [minderjarige] op dit moment ieder weekend bij de vader verblijft. De ouders hebben tijdens de zitting overeenstemming bereikt over wijziging van de zorgregeling en hebben daarover de volgende afspraken gemaakt:
Daarnaast hebben de ouders op de zitting de volgende aanvullende afspraken gemaakt:
De rechtbank zal overeenkomstig de tussen de ouders gemaakte afspraken beslissen en de zorgregeling en de aanvullende afspraken hierna in het dictum opnemen. De rechtbank beschouwt hetgeen meer of anders is verzocht als ingetrokken.
Vervangende toestemming
Wettelijk kader
Artikel 1:253a lid 1 van het BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Standpunten van de ouders
Volgens de moeder belemmert de vader de medische zorg voor [minderjarige] door te weigeren toestemming te verlenen voor de vaccinaties. Daarom verzoekt de moeder de rechtbank haar vervangende toestemming te verlenen voor deelname van [minderjarige] aan het Rijksvaccinatieprogramma.
De vader geeft aan dat hij bezwaar heeft tegen specifieke onderdelen van het Rijksvaccinatieprogramma. Hij is angstig voor mogelijke negatieve gevolgen van bepaalde vaccinaties en vindt dat deze niet in het belang van [minderjarige] zijn, gelet op haar leeftijd en de ontwikkelingsfase van haar immuunsysteem.
Overwegingen rechtbank
Op de zitting is gebleken dat de vader met name bezwaar heeft tegen de bof-, mazelen- en rodehond vaccinatie (BMR-vaccinatie) voor [minderjarige] . De moeder heeft hierover nog geen standpunt ingenomen, maar zij voorziet dat, als geen vervangende toestemming wordt verleend, hierover een meningsverschil tussen de ouders zal ontstaan. Op de zitting is daarom met de ouders besproken dat de rechtbank vervangende toestemming zal verlenen en dat de ouders in onderling overleg kunnen afwijken van de afspraken over de BMR-vaccinatie voor [minderjarige] .
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] :
*
bepaalt dat:
*
verleent de moeder toestemming, welke de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] te laten deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma waarbij de ouders in onderling overleg kunnen afwijken van de afspraken over de BMR-vaccinatie voor [minderjarige] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*wijst af het meer of anders verzochte.