Kinderalimentatie
Beschikking op de op 21 augustus 2025 ingekomen verzoeken van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Groenewoud te Nieuw-Vennep.
Procedure
Bij beschikking van 18 juni 2026 van deze rechtbank in zaak – en rekestnummer C/09/69061 6FA RK 25-6430:
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Beoordeling
Uit het verweerschrift van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man van 19 december 2026 blijkt dat de vrouw bij wijze van aanvullend verzoek de rechtbank verzoekt “een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en op
voeding vast te stellen met ingang van de geboortedatum van het kind.” Dit verzoek is onvoldoende concreet is. De rechtbank heeft de vrouw daarom bij beschikking van 18 juni 2026 in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 2 juli 2026 uit te laten over de vraag of zij het alimentatieverzoek handhaaft en het zo nodig te concretiseren.
De vrouw heeft de rechtbank vervolgens op 25 juni 2026 uitsluitend bericht dat zij het verzoek om kinderalimentatie handhaaft en heeft nadien nog een tweetal producties overgelegd. De vrouw stelt niet wat de omvang van de kinderalimentatie moet zijn en heeft evenmin stellingen ingenomen ten aanzien van de behoefte van de minderjarige of de draagkracht van partijen. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek daarmee onvoldoende concreet en ontbeert het feitelijke grondslag. De rechtbank verklaart de vrouw daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot kinderalimentatie;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve verdeling van de zorg- en
opvoedingstaken aan tot 1 maart 2027 pro forma.