RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.50430
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
2. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met zaaknummer NL25.50429 op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.50429, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.