RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 november 2025 in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [v-nummer] , verzoekster
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/10120
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit van 17 augustus 2023 beroep (AWB 23/10119) ingesteld bij de rechtbank. Tegelijkertijd heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening (AWB 23/10120) te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting in deze zaak, omdat dat op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet nodig is.
3. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu er op 29 oktober 2025 uitspraak is gedaan in het beroep en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: