RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechterkort geding
de stichting Woningstichting Rochdale
de besloten vennootschap Fidinda CBM B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12305586 KK EXPL 26-441
vonnis van: 17 september 2026
func.: 569
I n z a k e
gevestigd te Amsterdam
eiseres
nader te noemen: Rochdale
gemachtigde: [gemachtigde]
t e g e n
gevestigd te Sliedrecht
gedaagde
nader te noemen: Fidinda CBM q.q.
gemachtigde: mr. J. Pearson.
Bij dagvaarding van 11 juli 2026 met producties, heeft Rochdale een voorziening gevorderd. Rochdale heeft op 3 september 2026 producties en een akte vermeerdering (grondslag) eis, in het geding gebracht. Fidinda CBM q.q. heeft op 8 september 2026 een productie in het geding gebracht. De mondelinge behandeling is gehouden op 9 september 2026. Namens Rochdale is verschenen mevrouw [naam 1] , consulent rechtmatig wonen, vergezeld door de gemachtigde. Fidinda CBM q.q. is verschenen bij de gemachtigde. [naam 2] – hierna [naam 2] – . De bewindvoerder is later ter zitting verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten naar voren gebracht, de gemachtigde van Fidinda CBM q.q. mede aan de hand van schriftelijke pleitnotities, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. [naam 2] is gehoord als belanghebbende. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
1. Als uitgangspunt geldt het volgende.
Rochdale verhuurt aan [naam 2] met ingang van 25 maart 2015 de woning gelegen aan het adres [adres 1] .
De kantonrechter heeft bij beschikking van 26 januari 2022 van deze rechtbank, met zaaknummer 9625555, onder meer Fidinda CBM q.q. benoemd als bewindvoerder ter zake van de goederen van [naam 2] , wegens problematische schulden. Bij beschikking van 12 augustus 2022 van deze rechtbank, met zaaknummer 9855707, zijn de gronden voor de onderbewindstelling door de kantonrechter gewijzigd en is opgenomen dat de onderbewindstelling is uitgesproken ten gevolge van de lichamelijke en geestelijke toestand van [naam 2] .
Wegens onder meer het veroorzaken van overlast, het gehuurde in gebruik geven dan wel onderverhuren aan derden en geen toezicht houden op de woning is de huurovereenkomst ter zake van [adres 1] beëindigd. Rochdale heeft [naam 2] een laatste kans geboden en is met hem op 20 november 2023 een huurovereenkomst aangegaan ter zake van de woning aan het adres [adres 2] – hierna het gehuurde of de woning – en zijn door partijen aanvullende afspraken gemaakt in een door beide partijen getekende ‘allonge gedragsaanwijzing’. Het betreft een sociale huurwoning.
In de allonge is onder meer opgenomen:‘artikel 1. Erkenning1.1 Huurder erkent dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst voor de woning aan de [adres 1] (…)1.2 Huurder erkent dat zijn tekortschieten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst, de beëindiging van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning rechtvaardigtArtikel 3. Gedragsaanwijzingen3.1 Huurder zal aan omwonenden geen enkele overlast meer veroorzaken in zijn woning aan de [adres 2] meer in het bijzonder, maar niet beperkt tot: geen overlast door het afspelen van harde muziek, het veroorzaken van harde geluiden, het lastigvallen en uitschelden van omwonenden en/of derden, het houden van huisdieren, het vervuilen van de woning en woonomgeving3.2 Huurder zal in de woning geen bezoek meer ontvangen en geen derden laten inwonen. Huurder zal de woning niet geheel of gedeeltelijk onderverhuren of in gebruik afstaan. Huurder is zich bewust van het feit dat hij verantwoordelijk is voor gedrag van personen die zijn adres bezoeken.3.4 Huurder zal zich onthouden van overmatige alcoholconsumptie in de woning en zal geen drugs, daaronder uitdrukkelijk begrepen softdrugs, gebruiken, verhandelen of aanwezig hebben in de woning.’
In de algemene huurvoorwaarden behorend bij de huurovereenkomst is opgenomen:‘ 6.3 Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals een goed huurder betaamt. 6.6 Het is huurder niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk (tijdelijk) onder te verhuren of aan derden in gebruik te geven (…).
Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen onrechtmatige overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich in relatie tot de huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of de gemeenschappelijke ruimten bevinden’
Rochdale heeft naar aanleiding van een door de politie opgemaakt en aan Rochdale toegezonden proces-verbaal een dossier geopend ter zake van [naam 2] . In het proces-verbaal van 27 februari 2025 staat dat de politie 18 personen van Roemeense afkomst heeft aangetroffen in de woning en dat de hele woning vol matrassen lag.
In het proces-verbaal van 22 juni 2026 zijn in totaal 29 mutaties opgenomen ter zake het gehuurde over de periode 28 januari 2024 tot en met 20 juni 2026. Daarin zijn onder meer naast eerder genoemd incident op 27 februari 2025, opgenomen:‘1 maart 2025Overal in de woning (…) waren slaapplekken gemaakt. De aangetroffen Roemeense dame vertelde dat ze samen met haar vriend verslaafd was aan verdovende middelen, dat er inderdaad 18 Roemenen sliepen , die nu allemaal aan het bedelen waren in de binnenstad. (…) Zij betaalden de onderverhuurder van de woning al naar gelang ze geld hadden ongeveer 15 euro pp per nacht. (…).18 juni 2025Buurtonderzoek:De buren gaven aan dat er al 1,5 jaar op en aan 8 tot 10 personen wonen en binnenlopen in de woning bij [adres 2] . De buren ervaren overlast.Andere buren willen niks verklaren.21 oktober 2025Voor het gezamenlijke trappenhuis word een bebloede man aangetroffen die door twee onbekende in elkaar geslagen zou zijn met scherpe voorwerpen. Er zijn meerdere getuigen die wijzen naar perceel [adres 2] waar het gebeurd zou zijn. Aangezien het gros van de getuigen niets wilde verklaren is dit niet tot een zaak gekomen.
13 november 2025
Reden: Bewoner heeft een bestuurlijke maatregel gekregen ivm onderhuur. Bewoner verhuurde zijn woning aan 18 Roemenen.
Ter plaatse: Toen ik bij de woning aanbelde zag ik kort hierna een jonge jongen (…) via het keukenraam naar mij kijken. Ik hoorde hem zeggen “Scotoe staat voor de deur”. Na ongeveer 30 seconden deed dhr [naam 2] de deur open. (…)
In de woning trof ik drie andere verslaafden aan, waaronder de ambtshalve bekende (…) . In de slaapkamer van [naam 2] zaten twee jonge jongens van een jaar of 18. Zij zouden “neven” van [naam 2] zijn.
Ik vroeg aan [naam 2] alwaar hij zou slapen. Hij liep naar een kamer naast de keuken, dit betreft een soort voorraad kast, aldaar lag een klein matrasje op de grond. Dit is bijzonder aangezien hij de vorige keer sliep in de slaapkamer waar zijn twee “neven” nu zaten.
Misdaad anoniem melding 11 december 2025
Er vindt al langere tijd drugshandel plaats vanuit de woning aan de [adres 2] . Met name in de nachtelijk uren is het een komen en gaan van verschillende personen die er wat af komen halen (…)
3 februari 2026
[naam 2] liet ons binnen. In de woning de ambtshalve bekende harddrugsgebruiker [naam 3] en een onbekende jongeman, welke opgaf te zijn [naam 4] , geboren op [geboortedatum] 1994.
Bij navraag in het systeem komt [naam 4] voor mbt harddrugs dealen. Dit op de man af gevraagd of hij aanwezig was om drugs te verhandelen, hij ontkende dit. [naam 4] vertelde dat [naam 2] zijn oom is en dat hij af en toe op bezoek is.
11 april 2026
(…) bevond ik mij in de flat [adres 2] ter hoogte van perceel [adres 2] .
Ik zag de mij ambtshalve bekende [naam 5] , (…) een grote hoeveelheid rotzooi om zich heen had liggen. Ik zag dat hierdoor voor de bewoners de weg naar de lift was verspert.’
18 april 2026
Op zaterdag 18 april omstreeks 01.40 uur (…) melding om te gaan naar [adres 3] . Hier zou iemand bedreigd zijn door zijn drugsdealer met een vuurwapen. De verdachte met het vuurwapen zou vermoedelijk op [adres 3] naar binnen zijn gegaan.
Na telefonisch contact met melder bleek het adres waar de verdachte vermoedelijk [naam 6] naar binnen zou zijn gegaan is [adres 2] . Hierna zijn wij ter plaatste gegaan. Nadat rapporteurs telefonisch contact hadden gezocht met melder werd ons bekend dat de verdachte de woning had verlaten.
13 mei 2026
Ter plaatse ( [adres 2] , kantonrechter) zag ik mij ambtshalve bekende verslaafde [naam 7] zitten op de trap met een basepijp in haar handen. Ik zag dat zij de weg versperde voor de bewoners (…) ze blokkeerde de trap. Ik zag dat er een enorme troep om haar heen lag. Mevrouw [naam 7] woont niet in de flat en dus niet woonachtig.
Woonfraude
Gezien de bovenstaande en eerdere meldingen op dit adres, is bij de verbalisant het vermoeden ontstaan van woonfraude. In dit geval gaat het om het exploiteren van een bedrijfsmatige drugsinrichting en het misbruiken van een woning. Tevens hebber er meerdere geweldsincidenten plaatsgevonden die structureel zorgen voor onrust in en nabij de woning (…).’
Rochdale heeft op 1 december 2025 per e-mail aan de bewindvoerder verzocht een nieuwe gedragsaanwijzing te laten tekenen door [naam 2] . De bewindvoerder heeft Rochdale op 11 december 2025 per e-mail bericht dat [naam 2] dit volgens de zus van [naam 2] heeft gedaan en dat [naam 2] deze zal verzenden aan Rochdale. Dat is niet gebeurd.
Rochdale heeft [naam 2] per brief van 18 maart 2026 uitgenodigd om de gestelde overlast te bespreken. Daaraan is geen gehoor gegeven.
Rochdale heeft per brief van 9 juni 2026 aan Fidinda CBM q.q. meegedeeld - kort gezegd – dat [naam 2] zich niet houdt aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de aanvullende afspraken, dat uit informatie van de politie aan Rochdale volgt dat de woning in gebruik wordt gegeven aan derden en wordt gebruikt als ontmoetingsplek (voor harddrugsgebruikers). Rochdale verzoekt Fidinda CBM q.q. om de huurovereenkomst op te zeggen.
Op 12 juni 2026 heeft destijds gemachtigde Fidinda CBM q.q. per e-mail bericht dat de huurovereenkomst niet wordt opgezegd, dat de brief van 18 maart 2026 niet is ontvangen door [naam 2] en dat de bewindvoerder niet eerder van de overlast op de hoogte is gesteld.
De burgemeester van [plaats] heeft op 22 juli 2026 ter handhaving van de openbare orde de woning op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b van de Gemeentewet, gesloten voor de duur van drie maanden. In het bevel tot sluiting, met kenmerk [nummer] is opgenomen:‘Aanleiding tot sluiting van de woningDe politie heeft naar aanleiding van een schietincident een onderzoek ingesteld naar de woning aan de [adres 2] .Uit de politierapportage van 21 juli 2026 en het proces-verbaal d.d. 22 juni 2026 over de woning blijkt het volgende:- Op vrijdag 17 juli 2026 omstreeks 21:44 uur vond een schietincident plaats in de woning aan de [adres 2] . Er raakte één persoon gewond. Het slachtoffer is overgebracht naar het ziekenhuis. Er is een verdachte aangehouden in een andere woning in hetzelfde flatgebouw. (…)- De hoofdbewoner was op het moment van het schietincident niet in de woning. - Meerdere personen waren ten tijde van het schietincident in de woning, Zij zouden drugs gebruiken in de woning en daar vaker zijn. - De politie acht het aannemelijk dat er een volgend incident zal plaatsvinden in of rond de woning.’
Fidinda CBM q.q. heeft op 7 september 2026 bij de Gemeente Amsterdam een bezwaar ingediend tegen het besluit.
Vordering en verweer
2. Rochdale vordert, na wijziging van eis, dat Fidinda CBM q.q. bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld worden tot:a. ontruiming van de woning binnen acht dagen na betekening van het vonnis met al de zijnen en het zijne, alsmede om als Fidinda CBM q.q. met de ontruiming in gebreke blijft, de ontruiming te kunnen doen bewerkstelligen door de deurwaarder ex artikel 444 jo. 555 Rv
b. betaling van € 3.993,06 huurachterstand te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoeningc. de proceskosten, inclusief de nakosten.
3. Rochdale stelt daartoe – kort gezegd – dat zij een toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 19 Woningwet en als taak heeft sociale huurwoningen rechtvaardig toe te wijzen. Rochdale heeft [naam 2] een laatste kans gegeven met toewijzing van het gehuurde gelet op de eerder door hem erkende ernstige overlast. [naam 2] is vervolgens tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst en de allonge door – kort gezegd – wederom ernstige overlast te veroorzaken, zoals is opgenomen in de politiemutaties. Volgens Rochdale was [naam 2] daarbij betrokken en daarvan op de hoogte, maar zelfs indien hij dat niet was, dan had hij na de laatste waarschuwing extra alert moeten zijn. [naam 2] is op grond van artikel 7:219 Burgerlijk Wetboek (BW) aansprakelijk voor het handelen van derden die hij toelaat in de woning. De tekortkoming is ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Daarbij dient de overlast ook voor omwonenden, tevens huurders van Rochdale, te stoppen.
4. Fidinda CBM q.q. voert gemotiveerd verweer en voert – kort gezegd – aan dat het spoedeisend belang ontbreekt. Ten eerste omdat de woning door de burgemeester is gesloten tot 22 oktober 2026 zodat er thans geen sprake van overlast meer kan zijn. Verder is gedurende de sluiting van de woning een ontruimingsvonnis niet uitvoerbaar. Daarbij komt dat de zwaarste overtreding, namelijk de gestelde matrassenverhuur, dateert van maart 2025. Er is tweemaal een uitnodiging voor een gesprek gestuurd en eenmaal een nieuwe gedragsaanwijzing toegezonden; dat duidt niet op spoedeisendheid aan de zijde van Rochdale. De overige aangedragen gronden leveren geen spoedeisend belang op en de aard en de ernst van de gestelde wanprestatie evenmin. Tussen de sommatie van 9 juni jl. en de behandeling ter zitting tot slot ligt een kwartaal. Voorts is de burgemeesterssluiting van 22 juli 2026 niet ten grondslag gelegd aan de gevorderde ontruiming. Het sluitingsbevel is niet onherroepelijk en daartegen is bezwaar gemaakt bij de burgemeester. Zolang het niet vaststaat dat het besluit rechtmatig is kan het niet dienen als ondubbelzinnige grondslag voor het verlies van de woning. Overigens was [naam 2] niet aanwezig in de woning ten tijde van het schietincident en treft hem geen verwijt.
5. Inhoudelijk wordt eveneens verweer gevoerd tegen de gestelde tekortkomingen. De gestelde onderverhuur wordt betwist en is sinds het najaar van 2025 ook niet meer geconstateerd. [naam 2] betwist dat hij de woning heeft onderverhuurd. Het betroffen enkel logés. De overige incidenten bestaan met name uit overlast in de algemene ruimtes van het flatgebouw die niet zonder meer [naam 2] zijn toe te rekenen. Daarbij is [naam 2] onder bewind gesteld en hij is kwetsbaar. Van Rochdale had meer mogen worden verwacht dan enkel het sturen van brieven naar zijn woonadres en eenmaal een gedragsaanwijzing aan de bewindvoerder. Ter zake had hulpverlening moeten worden ingeschakeld. Ook als geoordeeld wordt dat [naam 2] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst dan nog dient de belangenafweging in het voordeel van [naam 2] uit te vallen. Gelet op het voorgaande dient het woonbelang van [naam 2] te prevaleren boven het belang van Rochdale. Daarbij komt dat de ontruiming onomkeerbare gevolgen heeft. Rochdale had eerder een bodemprocedure kunnen en moeten starten. Subsidiair wordt een verlengde ontruimingstermijn van drie maanden verzocht.
6. De overige stellingen en verweren komen voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde.
Beoordeling
Ontruiming
Inleiding
7. In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van Rochdale in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het volgende is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
8. De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht. Een ontruiming heeft immers veelal onomkeerbare gevolgen en er is in deze procedure geen plaats voor bewijslevering. Voldoende aannemelijk dient te zijn dat de rechter in een bodemprocedure over zal gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst.
Bewindvoerder
9. Op grond van artikel 1:441 lid 1 BW vertegenwoordigt de bewindvoerder de rechthebbende, in casu [naam 2] , in en buiten rechte en treedt in die hoedanigheid ook op als formele procespartij (zie ook HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525).
Spoedeisend belang
10. Rochdale heeft een spoedeisend belang om het gehuurde zo snel mogelijk ter beschikking te krijgen voor een andere woningzoekende. Rochdale is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en is in die hoedanigheid belast met toewijzing van de schaarse sociale huurwoningen. Gezien de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen in [plaats] moet Rochdale snel kunnen optreden tegen onrechtmatig gebruik van deze schaarse woningen. Het feit dat een aantal van de incidenten van enige tijd geleden dateren doen niet af aan de spoedeisendheid nu, tot dagvaarding, de incidenten onverminderd hebben plaatsgevonden. Op het moment van dagvaarden bestond een spoedeisend belang ter zake van de gevraagde voorzieningen. Nadien is het spoedeisend belang alleen maar toegenomen gelet op het schietincident op 17 juli 2026. Dat de woning vervolgens is gesloten maakt niet dat het spoedeisend belang aan de gevraagde voorzieningen is komen te ontvallen, gelet op de frequentie en ernst van de incidenten, waarbij onvoldoende aannemelijk is dat de sluiting van de woning betekent dat daarmee definitief een einde is gekomen aan deze incidenten mede gelet op de verwachtingen dienaangaande door de politie zoals opgenomen in het sluitingsbevel.
11. Niet in geschil is dat [naam 2] reeds een laatste kans heeft gehad bij het betrekken van deze woning en dat hij heeft erkend tekort te zijn geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst ter zake van het gehuurde aan het adres [adres 1] . [naam 2] had hierna uiterst voorzichtig moeten te zijn om herhaling van de overlast te voorkomen. Daarin is hij niet geslaagd. Uit de politiemutaties komt een beeld naar voren waarbij de toestand in en rondom de woning sinds begin 2025 is verslechterd. Daarbij betreft het in eerste instantie illegale onderverhuur dan wel het laten verblijven van derden in de woning zonder deugdelijk toezicht. Vervolgens zijn er steeds incidenten, meldingen van omwonenden van overlast door verslaafden en drugshandel, derhalve met name drugsgerelateerde incidenten, waarbij de ernst toeneemt en waarbij voldoende aannemelijk is dat daarbij meer en meer anderen zijn betrokken, althans in beeld zijn gekomen. De voorzieningenrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat dat [naam 2] de controle over zijn woning heeft verloren. Met name vanaf oktober 2025 volgt uit de mutaties dat er sprake van ernstige overlast in de vorm van verslaafden die de woning bezoeken dan wel buiten de woning in de algemene ruimtes nabij de woning overlast veroorzaken. Bijvoorbeeld op 21 oktober 2025 is er sprake van een geweldsincident buiten de woning dat gerelateerd werd aan de woning. Voorts zijn er vermoedens van en is er een melding van drugshandel en wordt gemeld dat veel onbekenden de woning dienaangaande frequenteren.
11. Het sluitingsbevel dateert van na de dagvaarding. De omstandigheden na de dagvaarding dienen echter ook door de voorzieningenrechter te worden beoordeeld. De voorzieningenrechter oordeelt ex nunc of de gevraagde voorzieningen kunnen worden toegewezen, derhalve naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Reeds op grond van hetgeen in de dagvaarding is opgenomen is er voldoende grond om te constateren dat [naam 2] ernstig tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. [naam 2] heeft de woning aan anderen in gebruik gegeven en heeft daarmee in strijd met artikel 6.3, 6.6 en 6.7 van de algemene huurvoorwaarden en artikel 3.1, 3.2 en 3.4 van de gedragsaanwijzing gehandeld, gelet op de overlast die is veroorzaakt. Vervolgens is niet in geschil dat er een schietincident in de woning is geweest waarbij een slachtoffer is gemaakt. [naam 2] is ook verantwoordelijk voor het handelen van anderen die verblijven in de woning op grond van artikel 7:219 BW ongeacht of hij daarbij aanwezig is. Of [naam 2] (volledig) op de hoogte was van wat zich afgespeeld in de woning is gelet op het voorgaande niet doorslaggevend. Deze tekortkomingen leiden tot het oordeel dat in het kader van de belangenafweging het belang van Rochdale om weer te kunnen beschikken over de woning zwaarder weegt dan het woonbelang van [naam 2] . Dat Rochdale één brief heeft verzonden aan [naam 2] om hem voor een gesprek uit te nodigen en de bewindvoerder eerst in december 2025 heeft benaderd doet daaraan niet af. Gelet op het dossier heeft Rochdale voldoende tijd en gelegenheid geboden aan [naam 2] om de ernstige overlast te staken en is de bewindvoerder in ieder geval in december 2025 reeds op de hoogte gesteld. Niet in geschil is dat [naam 2] medische problemen heeft, kwetsbaar is en baat heeft bij een veilige thuisplek. Rochdale heeft echter naar aanleiding van het handelen van [naam 2] , althans het aan hem toe te rekenen handelen van derden die hij (wederom) toegang tot de woning heeft verschaft, een groter belang om de woning conform de woonbestemming aan een ander te verhuren, ook om daarmee de overlast te doen stoppen, ook voor de omwonenden, hetgeen eveneens een gerechtvaardigd belang is. De enkele omstandigheid dat toewijzing van een vordering in kort geding tot onomkeerbare schade of andere onomkeerbare gevolgen leidt, hoeft geen beletsel te zijn voor toewijzing (zie reeds Hoge Raad, 8 februari 1946, NJ 1946/166, herhaald in onder meer HR 31 maart 2023 ECLI:NL:HR:2023503). Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst zodat in deze procedure daarop vooruitlopend de gevraagde ontruiming toewijsbaar is.
Ontruimingstermijn
13. Gelet op het sluitingsbevel is het gehuurde in beginsel tot 22 oktober 2026 niet toegankelijk voor Fidinda CBM q.q. De kantonrechter kan Fidinda CBM q.q. niet veroordelen tot ontruiming die de facto niet is te effectueren. Dat betekent dat de ontruimingsdatum gesteld wordt op 30 oktober 2026. Indien de procedure bij de bestuursrechter leidt tot het oordeel dat het besluit niet op goede gronden is genomen en Fidinda CBM q.q. derhalve eerder kan toegang zal verkrijgen tot de woning zal de termijn tot ontruiming worden bepaald op 8 dagen na ter beschikking stelling van de sleutels aan [naam 2] dan wel Fidinda CBM q.q., met als uiterste datum van ontruiming 30 oktober 2026. Daarbij gaat de kantonrechter ervan uit dat het vonnis wordt betekend, in ieder geval 8 dagen voor aangezegde dag van ontruiming. Er is gelet op de aard en ernst van de tekortkomingen geen aanleiding om een verlengde ontruimingstermijn toe te wijzen.
Huurachterstand
14. Fidinda CBM q.q. heeft op goede gronden aangevoerd dat het spoedeisend belang ontbreekt ter zake van de thans gevorderde huurachterstand nu het merendeel dateert uit 2025 en voor het overige ook ziet op servicekosten en stookkosten waarvan de verschuldigdheid niet zondermeer vaststaat. Dat Rochdale uit proceseconomische redenen deze vordering heeft willen betrekken in deze procedure is voorstelbaar maar dat doet aan het voorgaande niet af.
Proceskosten
15. Bij deze uitkomst wordt Fidinda CBM q.q. veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt Fidinda CBM q.q. om de woning gelegen aan het adres [adres 2] binnen 8 dagen na betekening van het vonnis en uiterlijk op 30 oktober 2026 te ontruimen, met inachtneming van hetgeen daarover is opgenomen in rechtsoverweging 13, met al zijne en de zijnen, en ter beschikking van Rochdale te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
veroordeelt Fidinda CBM q.q. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Rochdale begroot op:exploot € 155,67salaris € 577,00griffierecht € 139,00 -----------------totaal € 871,67, voor zover van toepassing, inclusief BTW;
veroordeelt Fidinda CBM q.q. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief BTW;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.