ECLI:NL:RBAMS:2026:10397

ECLI:NL:RBAMS:2026:10397

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer 81/178141-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte, zijnde een rechtspersoon, heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van een onjuiste en onvolledige aangifte vennootschapsbelasting. Aan verdachte wordt een geldboete van € 2.000,- opgelegd. Daarbij weegt de rechtbank mee dat aan de bestuurder van verdachte, die gelijktijdig wordt berecht met de rechtspersoon, een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wordt opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 81/178141-25

Datum uitspraak: 22 oktober 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] , hierna: verdachte,

gevestigd op het adres [adres 1] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 oktober 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.T. Haak, en van wat door [vertegenwoordiger verdachte] (vertegenwoordiger van verdachte) naar voren is gebracht.

De zaken tegen verdachte zijn gelijktijdig – maar niet gevoegd – behandeld met de zaken tegen medeverdachten

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan:

het medeplegen van het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van aangifte vennootschapsbelasting ten name van [verdachte] over het jaar 2021, terwijl dat feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat sprake is van opzet, omdat bekend was dat belasting moest worden betaald, maar [vertegenwoordiger verdachte] als de feitelijk leiding gevende van de vennootschap onvoldoende actie heeft ondernomen om de Belastingdienst te informeren omtrent de onroerendgoedtransactie en tot een (juiste) aangifte te komen. Los van het feit dat het verweer van verdachte op geen enkele wijze is onderbouwd of nader geconcretiseerd, doet het commercieel geschil waar verdachte over heeft verklaard niet af aan de aangifteverplichting.

Het standpunt van de verdediging

[vertegenwoordiger verdachte] heeft namens verdachte aangevoerd dat de aangifte vennootschapsbelasting niet opzettelijk onjuist en onvolledig is ingediend, maar dat zijn focus volledig was komen te liggen op het terugdraaien van de onroerendgoedtransactie, die hij als onzakelijk beschouwt. Volgens [vertegenwoordiger verdachte] werd hij bedreigd en zag hij zich daardoor genoodzaakt het onroerend goed tegen een te lage prijs te verkopen, en akkoord te gaan met een constructie waarbij de verkoopopbrengst werd weggesluisd. Het was niet zijn bedoeling de Belastingdienst te benadelen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen, omdat verdachte de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2021 opzettelijk onjuist en onvolledig heeft ingediend. De rechtbank komt tot die conclusie op grond van de volgende feiten en omstandigheden, die zijn ontleend aan wettige bewijsmiddelen.

Bedrijfsstructuur

Volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel van verdachte van 19 augustus 2024 is [BV 1] sinds 2021 enig aandeelhouder van deze vennootschap. [BV 2] is sinds datzelfde jaar bestuurder. Van aandeelhouder [BV 1] is [BV 2] enig aandeelhouder en bestuurder en van bestuurder [BV 2] is [vertegenwoordiger verdachte] enig aandeelhouder en bestuurder.

Voorgaande maakt [vertegenwoordiger verdachte] middellijk aandeelhouder en bestuurder van verdachte.

Het onjuist/onvolledig doen van aangifte vennootschapsbelasting

Op 31 maart 2021 heeft verdachte onroerend goed, gelegen aan [adres 2] , alsmede de helft van het voorgelegen perceel, verkocht voor een bedrag van € 1.150.000,-. Deze transactie heeft geresulteerd in een boekwinst van € 828.521,- (€ 1.150.000,- (verkoopprijs) - € 321.479,- (boekwaarde)).

[vertegenwoordiger verdachte] heeft op 1 mei 2023 akkoord gegeven voor een nihilaangifte over het jaar 2021, waarin zowel aan het begin als aan het einde van het boekjaar dezelfde boekwaarde staat vermeld. Deze nihilaangifte is vervolgens door [persoon] van [BV 3] namens [verdachte] bij de Belastingdienst ingediend. In deze aangifte is de hiervoor genoemde boekwinst niet verwerkt.

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de aangifte vennootschapsbelasting van verdachte over het jaar 2021 onjuist en onvolledig is ingediend.

Het strekkingsvereiste

Het nadeelbedrag als gevolg van de onjuist ingediende aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2021 op naam van [verdachte] bedraagt € 182.630,-, het bedrag dat bij een juiste opgave van de eerder vastgestelde boekwinst aan vennootschapsbelasting verschuldigd zou zijn.

Daarmee is voldaan aan het strekkingsvereiste van artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Toerekening aan de rechtspersoon

Een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend. Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij mede behoort de aard van de verboden gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon.

Het doen van aangifte vennootschapsbelasting behoort tot de normale bedrijfsvoering van verdachte. Als belastingplichtige was verdachte gehouden een juiste en volledige aangifte te doen. Het namens verdachte onjuist en onvolledig indienen van de aangifte is haar bovendien dienstig geweest, omdat de vennootschap hierdoor minder belasting heeft afgedragen dan waartoe zij gehouden was.

Gelet hierop concludeert de rechtbank dat de verboden gedraging plaatsvond in de sfeer van verdachte en daarom redelijkerwijs aan haar kan worden toegerekend. Dit betekent dat verdachte kan worden aangemerkt als dader van het tenlastegelegde.

Opzet

Naast het daderschap van de rechtspersoon dient ook opzet te kunnen worden vastgesteld bij de rechtspersoon. In het algemeen zal opzet van de leidinggevende functionaris kunnen worden toegerekend aan de rechtspersoon. In dit geval was dit [vertegenwoordiger verdachte] , als middellijk bestuurder en aandeelhouder van verdachte. Uit het dossier blijkt niet dat andere personen binnen of buiten de onderneming beslissingsbevoegdheid of zeggenschap hadden. [vertegenwoordiger verdachte] wist dat over de met de transactie behaalde boekwinst vennootschapsbelasting verschuldigd was, maar heeft desondanks akkoord gegeven voor de nihilaangifte waarin deze niet was verwerkt. Dat [vertegenwoordiger verdachte] naar eigen zeggen niet de bedoeling had de Belastingdienst te benadelen omdat hij de volledige focus had op het terugdraaien van de transactie en alles wat daaromheen speelde, doet niet af aan de verplichting om de transactie in de aangifte te verwerken. Op geen enkele manier is aannemelijk gemaakt dat zich omstandigheden hebben voorgedaan die de rechtspersoon van deze verplichting ontsloegen, nog daargelaten dat de vastgoedtransactie tot op heden nooit ongedaan is gemaakt.

Door de transactie buiten de aangifte te laten, heeft [vertegenwoordiger verdachte] willens en wetens nagelaten de aangifte juist en volledig te doen. Dit handelen kan, gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden, worden toegerekend aan verdachte. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het onjuist en onvolledig indienen van de aangifte vennootschapsbelasting.

Medeplegen

Hoewel verdachte en [vertegenwoordiger verdachte] juridisch van elkaar te onderscheiden zijn, vallen hun gedragingen in dit geval met elkaar samen. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [vertegenwoordiger verdachte] .

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde medeplegen.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 1 mei 2023 in Leiden opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een digitale aangifte voor de vennootschapsbelasting ten name van [verdachte] over het jaar 2021 onjuist en onvolledig heeft laten doen, door in de ingediende aangifte een onjuist belastbaar bedrag te laten opgeven, terwijl dat feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

7. Motivering van de straffen

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een ‘symbolische’ geldboete ter hoogte van € 2.000,-.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft bij monde van [vertegenwoordiger verdachte] aan de rechtbank verzocht om, indien zij tot een bewezenverklaring komt, te volstaan met een voorwaardelijke straf. Daartoe heeft hij gewezen op de omstandigheden waaronder de vastgoedtransactie heeft plaatsgevonden en het feit dat verdachte sinds 2008 nooit problemen heeft veroorzaakt.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de (financiële) omstandigheden van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doen van een onjuiste en onvolledige aangifte vennootschapsbelasting.

Met haar handelwijze heeft verdachte belasting ontdoken en daarmee het vertrouwen geschaad dat burgers en bedrijven eerlijke en volledige aangiften doen, waarop het belastingstelsel uiteindelijk is gebaseerd. De strafbaarstelling van belastingontduiking strekt niet alleen ter bescherming van de gemeenschapsbelangen die met belastingheffing zijn gemoeid, maar ook ter bescherming van de belangen van andere belastingbetalers. Belastingontduiking kan leiden tot een zwaardere belastingdruk voor alle belastingplichtigen.

Daarnaast draagt het handelen van verdachte bij aan het ondermijnen van de belastingmoraal. Het is van belang dat belastingplichtigen erop kunnen vertrouwen dat fiscale verplichtingen voor iedereen gelden en dat overtreding daarvan niet zonder gevolgen blijft. Wanneer belastingfraude onbestraft blijft, kan dit het normbesef ondermijnen en afbreuk doen aan de bereidheid van belastingplichtigen om hun verplichtingen na te komen. Bovendien leidt het leidt tot oneerlijke concurrentie, omdat burgers en bedrijven die zich wel aan de regels houden worden benadeeld.

Omstandigheden van verdachte

In het kader van de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 5 augustus 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. De Belastingdienst heeft in deze kwestie inmiddels een onherroepelijke aanslag vennootschapsbelasting van € 182.630,- met rente aan verdachte opgelegd.

De op te leggen straf

Als straf is ten aanzien van verdachte, een rechtspersoon, uitsluitend een geldboete aangewezen. Bij het bepalen van de hoogte daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de geldboetes die in vergelijkbare strafzaken worden opgelegd. Gelet op de ernst van het feit zou in beginsel een aanzienlijke geldboete passend zijn.

De rechtbank ziet echter, evenals de officier van justitie, aanleiding om de geldboete te matigen. Daarbij weegt zij mee dat aan de bestuurder van verdachte, die gelijktijdig wordt berecht met de rechtspersoon, een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wordt opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheid een sterk mitigerend effect heeft op de aan verdachte op te leggen straf.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde straf passend is en legt zij een geldboete van € 2.000,- op.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23 en 51 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

9. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist/onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete ter hoogte van € 2.000,- (tweeduizend euro).

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.J.M. Kruizinga, voorzitter,

mrs. A.K. Glerum en C. Wildeman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. de Groot, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.J.M. Kruizinga

Griffier

  • mr. J. de Groot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand