ECLI:NL:RBAMS:2026:10396

ECLI:NL:RBAMS:2026:10396

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer 13-039793-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgings-EAB Polen; voortzetting na tussenuitspraak; tussenuitspraak; artikel 11 OLW: aanhouding van de zaak vanwege het stellen van een redelijke termijn m.b.t. de detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-039793-25

Datum uitspraak: 6 oktober 2026

TUSSEN-UITSPRAAK

op de vordering van 12 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 13 januari 2025 door the Regional Court in Poznań, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 6 augustus 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 6 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. E.B. Jobse, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak van 20 augustus 2026

In deze uitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank geformuleerde vragen over de detentieomstandigheden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.

Daarnaast heeft de rechtbank de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

Zitting van 24 september 2026

Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. E.B. Jobse en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak van 20 augustus 2026

In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de genoegzaamheid (onder 4), de strafbaarheid van het feit (onder 5), artikel 11 OLW voor wat betreft artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (onder 6), artikel 13 OLW (onder 8) en de evenredigheid (onder 9). Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden

Inleiding

De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 7 van de tussenuitspraak van 20 augustus 2026. Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

The Director-General of the Prison Service heeft bij brief van 13 augustus 2026, toegezonden op 21 augustus 2026, de volgende informatie verstrekt:

“(...) Regarding the floor space allocated per inmate for living quarters at the Poznań Remand Centre, I would like to inform you that the three square metres allocated per person do not include the toilet area.

Taking into account all the activities in which a temporarily detained person may participate (walks, baths, common-room activities, visits, meetings with a legal representative, religious services, cultural and educational activities, and visits to a social worker and psychologist), the time spent outside the cell per week may amount to 2 hours a day. Having analysed the current schedules for day-room activities in the units where temporarily detained persons are accommodated, it should be noted that in large residential units (with a capacity of 140 persons), a temporarily detained person has the opportunity to use the day room on average 1-2 times a week, whereas in smaller units (with a capacity of 60 people), taking into account isolation groups, such a person may even take part in day-room activities up to three times a week. The average duration of day-room activities is 1-1.5 hours. It should be noted that should any group decide not to take part in the activities, the day-room may be made available to inmates who wish to use it. Furthermore, I would like to point out that, recognising the need to make further concerted efforts to provide temporarily detained persons with greater opportunities to spend time outside their cells, on 6 July 2026 a letter was sent to the regional directors of the Prison Service, in which particular attention was paid to this issue. In this letter, instructions were given to take steps to organise the time of temporarily detained persons outside their cells and to provide them, to the greatest extent possible, with access to various forms of activity, including cultural and educational, sporting, leisure and preventative programmes. It was also emphasised that the range of activities offered to this group of detainees should be genuinely accessible, varied and tailored to the individual’s capabilities. It was emphasised that every prison should aim to organize the daily routine in such a way that temporarily detained persons have a genuine opportunity to spend time outside their cells to a greater extent than merely the time allocated for a walk.”

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB omdat de Poolse autoriteiten niet kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel zal kunnen doorbrengen. Uit de aanvullende informatie van 13 augustus 2026 blijkt dat deelname aan de culturele en educatieve activiteiten afhankelijk is van externe factoren. Daarnaast kunnen gedetineerden één of twee keer per week gebruik maken van de dagbesteding, wat dus geen garantie van twee uur per dag is. Tot slot zijn de door de rechtbank geformuleerde vragen in de tussenuitspraak niet beantwoord.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. De opgeëiste persoon krijgt minimaal 3m² persoonlijke leefruimte (exclusief sanitair) en er wordt gegarandeerd dat hij structureel minder dan 23 uur per dag op zijn cel doorbrengt. De dayroom activities moeten namelijk worden opgeteld bij de dagelijkse wandeling van één uur. Met betrekking tot het afwachten van de door de rechtbank geformuleerde vragen in de tussenuitspraak heeft de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Poolse detentie-instellingen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts 3m² persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die structureel 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.

De rechtbank is allereerst van oordeel dat het algemene gevaar dat ten aanzien van remand prisons in Polen is aangenomen, niet wordt uitgebreid met betrekking tot the Remand Prison in Poznań omdat dit, gelet op de aanvullende informatie van 13 augustus 2026, door de rechtbank ontvangen ná de tussenuitspraak van 20 augustus 2026, niet meer aan de orde is. Uit de aanvullende informatie van 13 augustus 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon in the Remand Prison in Poznań minimaal 3m² persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair, in een meerpersoonscel tot zijn beschikking zal hebben. De door de rechtbank geformuleerde vragen 1 tot en met 3 in de tussenuitspraak van 20 augustus 2026 zijn derhalve niet meer relevant.

Dit betekent dat de rechtbank moet beoordelen of het bestaande algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen.

Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld, wordt het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 m² en 4 m² in ieder geval weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Als de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig met betrekking tot de vraag hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden – wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen – gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Met andere woorden: de rechtbank heeft informatie nodig waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen, de duur van die activiteiten, én de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn. Als de rechtbank op basis van de concrete informatie kan vaststellen dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, dan is het algemene gevaar weggenomen.

In de aanvullende informatie van 13 augustus 2026 wordt niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon minimaal 2 uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Hoewel uit de aanvullende informatie blijkt dat naast de dagelijkse wandeling van 1 uur kan worden deelgenomen aan activiteiten, is de rechtbank van oordeel dat op basis van de verstrekte informatie over de duur en de frequentie van die activiteiten evenmin kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uren per dag buiten zijn cel kan verblijven. Uit de aanvullende informatie blijkt dat gedetineerden, naast de dagelijkse wandeling van één uur, 1 à 2 keer per week gedurende gemiddeld 1-1.5 uur kunnen deelnemen aan culturele en educatieve activiteiten (in de gemeenschappelijke ruimten). Voor de overige activiteiten waar de opgeëiste persoon mogelijk aan kan deelnemen geldt dat geen informatie is verstrekt over de duur en frequentie van die activiteiten. Dit betekent dat de verstrekte informatie op dit moment nog onvoldoende concreet en specifiek is om het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen.

De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat voor de opgeëiste persoon, in geval van overlevering aan Polen, een individueel gevaar bestaat van schending van zijn grondrechten. Dat betekent dat de rechtbank de beslissing moet aanhouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, tenzij evident is dat het gevaar niet binnen een redelijke termijn zal worden weggenomen als gevolg van een wijziging van de omstandigheden. In dat laatste geval zou de rechtbank direct geen gevolg kunnen geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk kunnen verklaren. De rechtbank is van oordeel dat die situatie hier niet aan de orde is. De rechtbank acht het niet ondenkbaar dat de hiervoor bedoelde wijziging van de omstandigheden zich binnen afzienbare tijd voordoet en ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en te schorsen.

Dit betekent ook dat de rechtbank de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW zal aanhouden. De rechtbank zal ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW bij de volgende zitting nagaan of een wijziging van de omstandigheden is opgetreden binnen een redelijke termijn.

Verlenging van de beslistermijn

De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt af op 6 oktober 2026. Nu de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen zal zij de beslistermijn verlengen met 60 dagen onder gelijktijdige verlenging van de geschorste gevangenhouding.

5. Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting in de periode tussen 5 november 2026 en 15 november 2026.

HOUDT AAN de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW.

VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid en onder c, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met 60 dagen (eindigend op 5 december 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de geschorste overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 60 dagen.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan de advocaat.

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 oktober 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Westerman

Griffier

  • mr. M.J. Gauneau

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand