ECLI:NL:RBAMS:2026:10362

ECLI:NL:RBAMS:2026:10362

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 13-115738-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Tussenuitspraak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Overlevering. EAB t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Letland opgelegde (totaal)straf. Tussenuitspraak. Opgeëiste persoon gelijkgesteld met een Nederlander. Verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn, maar de rechtbank ziet aanleiding af te zien van de facultatieve weigeringsgronden van art. 9, eerste lid onder f, OLW en art. 2:13, eerste lid, aanhef en onder g) WETS. Voordat de rechtbank beoordeelt of de opgelegde straf moet worden aangepast vanwege een eventueel lager strafmaximum naar Nederlands recht, wordt nagegaan of toestemming wordt gegeven voor overname en tenuitvoerlegging van de straf.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-115738-25

Datum uitspraak: 7 oktober 2026

TUSSEN-UITSPRAAK

op de vordering van 17 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 20 november 2024 door the Prosecutor General's Office of the Republic of Latvia, Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Letland),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 29 september 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 29 september 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. I.D. van Wijnen, advocaat in Assen.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de (eind)uitspraak.

Het onderzoek ter zitting is geschorst tot 7 oktober 2026 omdat er geen tolk in de Letse taal beschikbaar was.

Zitting van 7 oktober 2026

Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en opnieuw bijgestaan door zijn advocaat mr. I.D. van Wijnen en door een tolk in de Engelse taal.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct een tussenuitspraak gedaan.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt twee vonnissen:

1. een vonnis van the Liepāja Court van 24 februari 2014 (hierna: vonnis A);

2. een vonnis van the Liepāja Court van 20 oktober 2016 (hierna: vonnis B).

Bij vonnis A is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar. Bij vonnis B is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig dagen. Bovendien is bij vonnis B de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van vonnis A bevolen, waarbij de twee straffen zijn samengevoegd tot een totale straf van drie jaar en tien dagen. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf. Van deze straf resteren volgens het EAB nog drie jaar en zeven dagen.

De hiervoor genoemde veroordelingen zien op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Uit het EAB en de verklaring van de opgeëiste persoon ter zitting volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot bovengenoemde beslissingen hebben geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

5. Strafbaarheid, feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Voor de kwalificaties naar Nederlands recht verwijst de rechtbank naar overweging 6.2.

6. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

Gelijkstelling met een Nederlander

De overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk opgelegde vrijheidsstraf. De rechtbank kan de overlevering weigeren als de opgeëiste persoon gelijk kan worden gesteld met een Nederlander en de opgelegde straf door Nederland kan worden overgenomen. De opgeëiste persoon beroept zich op artikel 6a OLW.

Oordeel van de rechtbank

Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6a, negende lid, OLW zijn voldaan aan de volgende twee vereisten:

de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000; én

ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel.

De eerste voorwaarde

De rechtbank is van oordeel dat de opgeëiste persoon aan de hand van de overgelegde stukken heeft aangetoond dat hij ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en daarmee een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven. Aan de eerste voorwaarde is dus voldaan.

De tweede voorwaarde

Het antwoord op de vraag over de verwachting of de opgeëiste persoon al dan niet zijn recht op verblijf in Nederland verliest als gevolg van de opgelegde straf of maatregel, beoordeelt de rechtbank aan de hand van informatie van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND). Uit de brief van de IND van 18 september 2026 volgt dat de verwachting bestaat dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht niet zal verliezen. Dit betekent dat ook aan de tweede voorwaarde is voldaan.

Kan de opgelegde vrijheidsstraf door Nederland worden overgenomen?

De rechtbank moet vervolgens beoordelen of de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.

Verjaring (art. 9 lid 1 onder f, OLW en art. 2:13 lid 1, aanhef en onder g) WETS)

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft betoogd dat de tenuitvoerleggingstermijn van de opgelegde straf naar Nederlands recht is verjaard. Het feit waarvoor de opgeëiste persoon is veroordeeld bij vonnis A moet gekwalificeerd worden als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), zodat de verjaringstermijn voor tenuitvoerlegging vier jaar bedraagt. Het feit waarvoor de opgeëiste persoon is veroordeeld bij vonnis B is te kwalificeren als overtreding van artikel 9, eerste lid, WVW 1994, waardoor de verjaring voor tenuitvoerlegging intreedt na acht jaar.

Primair heeft de raadsvrouw verzocht de overlevering te weigeren nu de tenuitvoerleggings-termijn is verjaard (artikel 9, eerste lid sub f, OLW). De raadsvrouw heeft verzocht niet af te zien van deze weigeringsgrond omdat de feiten dateren van geruime tijd geleden, het EAB pas in november 2024 is uitgevaardigd en de opgeëiste persoon nooit “onder de radar” is gebleven maar altijd ingeschreven heeft gestaan.

Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de overlevering te weigeren met overname van de straf door Nederland, waarbij de opgelegde straf dient te worden aangepast aan het toepasselijke Nederlandse strafmaximum.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat sprake is van overtreding van artikel 6 WVW 1994 zodat van het verstrijken van de tenuitvoerleggingstermijn nog geen sprake is. Subsidiair heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Over de vraag of het recht om de opgelegde straf in Nederland ten uitvoer te leggen is verjaard, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander. Daarom had Nederland met terugwerkende kracht rechtsmacht kunnen uitoefenen ten aanzien van de gepleegde feiten en moet naar Nederlands recht worden beoordeeld of de straf nog wel tenuitvoergelegd kan worden.

De rechtbank concludeert dat de tenuitvoerleggingstermijn van de opgelegde straf naar Nederlands recht is verjaard.

De rechtbank is van oordeel dat het feit van vonnis A naar Nederlands recht oplevert:

overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994

en

overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994.

Het feit van vonnis B levert naar Nederlands recht op:

overtreding van artikel 9 lid 1 Wegenverkeerswet 1994.

In geval van een samengestelde straf voor twee of meer strafbare feiten bepaalt het zwaarste strafmaximum de duur van de verjaringstermijn. Op basis van voornoemde kwalificaties, artikel 70 Wetboek van Strafrecht, artikel 6:1:22, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 6:1:23 Sv is sprake van een verjaring van de tenuitvoerleggingstermijn na acht jaar. Is aanvankelijk een voorwaardelijke straf opgelegd, dan begint de tenuitvoerleggingstermijn te lopen na de beslissing tot tenuitvoerlegging van die straf. Uit het EAB volgt dat de voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling tot een totale straf van drie jaar en tien dagen “came into legal effect on 31 January 2017.” De tenuitvoerleggingstermijn is daarom op 1 februari 2025 verstreken.

Daaruit volgt dat zowel de facultatieve weigeringsgrond van artikel 9, eerste lid onder f, OLW als, in het kader van de beoordeling van artikel 6a OLW, de facultatieve weigeringsgrond van artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder g) WETS van toepassing is. De rechtbank ziet aanleiding om beide facultatieve weigeringsgronden in samenhang te beschouwen en af te zien van toepassing van beide weigeringsgronden. Allereerst is van belang dat de tenuitvoerleggingstermijn pas relatief kortgeleden is verstreken en dat weigering van de overlevering zonder strafovername zou leiden tot straffeloosheid. Dit dient naar het oordeel van de rechtbank te worden voorkomen, zeker nu ook sprake is van een feit waarbij slachtoffers betrokken zijn.

De weigeringsgronden die aan de orde kunnen zijn, staan dus niet in de weg aan overname van de straf.

De binding van de opgeëiste persoon met Nederland

Uit het dossier volgt verder dat de opgeëiste persoon voldoende economische en sociale banden met Nederland heeft. De opgeëiste persoon heeft daarom het centrum van zijn belangen in Nederland gevestigd. De overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf zal dan ook bijdragen aan zijn maatschappelijke re-integratie.

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf in beginsel kan worden overgenomen. Voordat de rechtbank beoordeelt of de opgelegde straf moet worden aangepast vanwege een eventueel lager strafmaximum naar Nederlands recht, overweegt de rechtbank dat zij eerst nagaat of toestemming wordt gegeven voor overname en tenuitvoerlegging van de straf.

Toestemming voor overname en tenuitvoerlegging van de straf

De straf kan door Nederland pas worden overgenomen als de Letse bevoegde autoriteit toestemming heeft gegeven voor overname en tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf in Nederland. De bevoegde autoriteit geeft deze toestemming door het toesturen van een certificaat en een kopie van het veroordelende vonnis. Deze stukken bevinden zich nog niet in het dossier.

De rechtbank zal het onderzoek heropenen om in navolging van het arrest C.J. van het HvJ EU de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het vonnis van the Liepāja Court van 20 oktober 2016 (kenmerk: 11261054616) aan het dossier toe te voegen, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Letland opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW. Dit levert een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW op, zodat de rechtbank de beslistermijn zal verlengen met 60 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de geschorste vrijheidsbeneming op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

7. Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 6.3 genoemde stukken op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.

BEPAALT dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting uiterlijk veertien dagen vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn op 6 december 2026.

VERLENGT op grond van artikel 22, vierde lid, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met 60 dagen, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de geschorste overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 60 dagen.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan de advocaat.

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Engelse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,

mrs. L. Sanders en E. de Rooij, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 oktober 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.L.S. Ceulen

Griffier

  • mr. A.T.P. van Munster

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand