GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600475
Datum uitspraak: 14 oktober 20026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2],
beiden wonende te Bonaire,verzoekers,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
1. Het procesverloop
Op 24 augustus 2026 is het verzoekschrift met bijlagen ingediend.
Op 8 september 2026 heeft de rechter gesproken met de oudste zoon, [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([land]).
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 september 2026. Daarbij zijn de man en de vrouw verschenen.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Partijen zijn op [huwelijksdatum] 2013 te [plaats] ([land]) met elkaar getrouwd.
Partijen zijn de ouders van de op dit moment nog minderjarige kind(eren):
[ [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ([land]), hierna: [de minderjarige 1];
[ [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige 2].
Partijen hebben op 24 augustus 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten waarin de afspraken met betrekking tot de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk zijn opgenomen.
3. Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
Partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Ook verzoeken zij het echtscheidingsconvenant (hierna: convenant) op te nemen door aanhechting daarvan aan deze beschikking. In dit convenant hebben zij afgesproken dat het gezamenlijk gezag van partijen over hun minderjarige kinderen na de echtscheiding zal voortduren en dat de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] bij de vader zal zijn en die van [de minderjarige 2] bij de moeder. Verder is een zorg- en omgangsregeling overeengekomen die inhoudt dat [de minderjarige 1] om het weekend bij zijn moeder verblijft en dat [de minderjarige 2] om het weekend bij zijn vader verblijft. Daarbij is bepaald dat de ouders zich verplichten de weekenden zo af te stemmen dat de kinderen bij elkaar zijn in het weekend. .
Het huwelijk wordt ontbonden
Het Gerecht zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan (zie artikel 1:154 BW BES). Partijen zijn het er namelijk over eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Nu de echtscheiding zal worden uitgesproken, eindigt het huwelijk en wordt de gemeenschap van rechtswege ontbonden (artikel 1:149 en 1:99 BW BES). Dit betekent dat de huwelijksgoederengemeenschap moet worden verdeeld. Uit het door partijen ondertekende convenant is gebleken dat de huwelijksgoederengemeenschap in onderling overleg is verdeeld.
De bepalingen in het convenant over de kinderen
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man en de vrouw niet achter de bepalingen in het convenant staan die zien op de belangen van de kinderen. De gemachtigde heeft deze bepalingen zo opgenomen omdat bij de voorwaarden die de man en de vrouw wilden afspreken de belangen van de kinderen niet voldoende waren verzekerd.
Tijdens het gesprek tussen de rechter en [de minderjarige 1] is gebleken dat hij geen toestemming krijgt van zijn vader om bij zijn moeder te verblijven in de weekenden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader verklaard dat ‘niemand iets te maken heeft met wat hij afspreekt over zijn kinderen’. Ook op grond van andere uitlatingen van de vader is bij het Gerecht de vraag gerezen of de bepalingen in het convenant wel in het belang van de kinderen zijn en zo ja, of deze bepalingen dan wel zullen worden nagekomen.
Het convenant wordt niet aan de beschikking gehecht
Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het verzoek tot aanhechting van het convenant aan de beschikking worden afgewezen.
Er is meer onderzoek nodig
Het Gerecht wenst - met het oog op de belangen van de kinderen – zelf te oordelen over de toekomstige gezagssituatie, de hoofdverblijfplaats, de omgangsregeling en de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. Het Gerecht heeft hierover ter zitting nog onvoldoende informatie gekregen en zal de Voogdijraad daarom verzoeken een onderzoek hiernaar in te stellen.
4. De beslissing
Het Gerecht:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [huwelijksdatum] 2013 te [plaats] ([land]);
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, over te gaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, voorzover dat nog niet is gebeurd;
houdt aan de beslissingen over de gezagssituatie, de hoofdverblijfplaats, de omgangsregeling en de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en verzoekt de Voogdijraad hiernaar onderzoek te doen en het Gerecht te informeren over de voortgang van dit onderzoek tijdens de rolzitting van 16 december 2026, 09.30 uur;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 14 oktober 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.