GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.362.296/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/707820 KG ZA 25-997
Arrest van 27 oktober 2026 in kort geding
in de zaak van
[appellant] ,
wonend in [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. M.A.M. Bannenberg, kantoorhoudend in Vught,
tegen
1. Issue Information Technology B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
2. Forehand Electronic Extensions B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
geïntimeerden,
advocaat: mr. E.P. Groenewegen-Caris, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof noemt appellant hierna [appellant] en geïntimeerden afzonderlijk Issue en Forehand en gezamenlijk Issue c.s..
1. Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 21 november 2025, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 27 oktober 2025;
de memorie van grieven van [appellant];
de memorie van antwoord van Issue c.s., met bijlagen.
2. Feitelijke achtergrond
De broer van [appellant], [broer], is enig bestuurder van de besloten vennootschap N&D B.V. (hierna: N&D) en, via N&D, van de besloten vennootschap IDM Group B.V. (hierna: IDM). [appellant] is indirect enig bestuurder van de besloten vennootschapITDM Groep B.V. (hierna: IDTM).
De heer [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) is enig bestuurder van Issue en indirect enig bestuurder van Forehand. Issue levert — kort gezegd – IT-diensten.
Op 29 december 2016 hebben N&D als opdrachtnemer en Issue als opdrachtgever een overeenkomst van opdracht gesloten (hierna: de managementovereenkomst). Daarin is het volgende opgenomen:
Artikel 1 De opdracht
Opdrachtnemer verplicht zich voor de duur van de overeenkomst de
navolgende werkzaamheden te verrichten: het adviseren, informeren en
ondersteunen van de directie van Opdrachtgever met betrekking tot de
commerciële activiteiten van Opdrachtgever en daarbij behorende taken,
[...]
Artikel 4 Opzegging overeenkomst
Partijen kunnen deze overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden te allen tijde en zonder opgaaf van reden(en) opzeggen.
[…]
Artikel 5 Vergoeding, facturering en betaling
Opdrachtgever betaalt Opdrachtnemer een vergoeding voor de
werkzaamheden van € 12.500 exclusief BTW per maand. Partijen komen
overeen dat deze vergoeding van tijd tot tijd in onderling overleg naar
boven of beneden kan en zal worden bijgesteld. […]
Artikel 7 Geheimhouding
7. 1. Zowel tijdens als na het einde van deze overeenkomst zal Opdrachtnemer
geheimhouding betrachten ten aanzien van alle vertrouwelijke gegevens die
hem omtrent Opdrachtgever bekend zijn. Deze geheimhoudingsplicht omvat
ook vertrouwelijke gegevens van met Opdrachtgever gelieerde
ondernemingen, klanten en andere relaties van Opdrachtgever.
Vertrouwelijke gegevens zijn gegevens die niet openbaar zijn (gemaakt).
Opdrachtnemer is bij beëindiging van de overeenkomst gehouden, uiterlijk
op de laatste dag waarop werkzaamheden worden verricht, alle aan hem en
de heer [broer] ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen,
correspondentie, documenten en andere zaken aan Opdrachtgever te
retourneren.
Laatstelijk bedroeg de in art. 5 van de managementovereenkomst genoemde maandelijkse vergoeding € 17.500,-- exclusief btw. Issue heeft de vergoeding over september 2025 niet aan N&D betaald.
Ter uitvoering van de managementovereenkomst onderhield [broer] de contacten met de klanten en leveranciers van Issue en Forehand. Daartoe behoren:
klanten:
[…]
[…]
NXP
Nexperia
[…]
Vodafone- Ziggo
[…]
leveranciers:
[…]
Sinds 19 oktober 2017 is N&D houder van 7.250 stemrechtloze aandelen in het kapitaal van Issue (ongeveer 28% van het totaal). De overige aandelen in Issue worden gehouden door (een vennootschap van) [betrokkene]. De beide aandeelhouders en Issue hebben op diezelfde dag een aandeelhoudersovereenkomst gesloten, waarin het volgende is opgenomen:
4. Informatie
Het bestuur van Issue zal ten behoeve van de Algemene Vergadering en
eventuele andere benoemde toezichthouders en/of adviseurs een periodieke
rapportage opstellen in de vorm van en met een frequentie als van tijd tot
tijd door de Algemene Vergadering zal worden vastgesteld. Bij aanvang van
deze Overeenkomst spreken Partijen af dat deze rapportage bestaat uit een
maandelijks debiteuren/crediteuren/onderhandenwerkoverzicht, alsmede
per kwartaal een balans van de activiteiten van Improved IT.
[...]
6. Geheimhouding
Partijen zijn verplicht, zowel gedurende de looptijd van deze Overeenkomst
als ook na beëindiging van deze Overeenkomst, strikte geheimhouding te
betrachten omtrent alle aangelegenheden van Issue en aan haar gelieerde
ondernemingen, waarvan het vertrouwelijk karakter verondersteld mag
worden bij hen bekend te zijn, alsmede omtrent het bestaan en de inhoud
van deze Overeenkomst.
Op verschillende momenten heeft [broer] aan [betrokkene] gevraagd naar de financiële resultaten van Issue, dit met het oog op een mogelijke dividenduitkering. Vanaf begin 2025 is het contact hierover verscherpt. Een dividenduitkering is tot nu toe nog niet gedaan.
Op 18 juli 2025 heeft [broer] namens Issue twee offertes gestuurd aan Nexperia, een klant van Issue, voor het verlengen/vernieuwen (renewal) van een contract. Een werknemer van Nexperia heeft vervolgens aan Issue het volgende whatsappbericht gestuurd:
“still in progress. [voornaam] ask for some discount, and [broer] metioned we can have must better discount if we can switch to his another company, but with 5 years contract, not sure if it is workable or not, so I am pushing Melody to settle this with [broer] soon.”
Op 22 augustus 2025 heeft [broer] twee offertes gestuurd aan NXP Semiconductors (hierna: NXP), voor het verlengen/vernieuwen (renewal) van een jaarcontract dat NXP met Issue had afgesloten. Die offertes zijn uit naam van ITDM verstuurd. Bij de offertes zitten uitgebreide specificaties.
Op 9 september 2025 heeft N&D Issue gedagvaard in een bodemprocedure bij de rechtbank Rotterdam. In die procedure vordert N&D nietigverklaring dan wel vernietiging van de jaarrekeningen van Issue over de jaren 2022 tot en met 2024.
Op 16 september 2025 heeft [broer] de managementovereenkomst met Issue opgezegd tegen 1 oktober 2025. Als reden daarvoor noemt hij dat het voor hem niet langer mogelijk is om de samenwerking voort te zetten. Hij schrijft verder onder meer:
“Ondanks mijn herhaalde verzoeken stel je mij bovendien niet in staat om de
administratie in te kunnen zien van de vennootschap, zodat ik de verantwoording van de overeengekomen winstdelingsregeling kan controleren. Daarvoor is alle aanleiding gelet op de reële vermoedens die er zijn dat jij Issue Information Technology B. V. op onbehoorlijke wijze hebt bestuurd, althans dat je actief handelingen hebt verricht in jouw eigen belang, die voor mij nadelig zijn gelet op de winstdelingsregeling én die niet in het belang zijn van de vennootschap.”
Op 30 september 2025 heeft Nlyte Software Limited (hierna: Nlyte) brieven gestuurd aan Issue en Forehand om de lopende samenwerkingsovereenkomsten op te zeggen. Tijdens een telefoongesprek van 3 oktober 2025 met [betrokkene] heeft een medewerker van Nlyte meegedeeld dat Nlyte de samenwerking via [broer] zou gaan voortzetten omdat hij de afgelopen elf jaren met Nlyte had samengewerkt en alle projecten had gedaan.
Op 10 oktober 2025 stuurde een medewerker van VodafoneZiggo, een klant van Issue, het volgende e-mailbericht aan Issue:
“Dank voor je bericht, voor zover ik van [broer] heb begrepen zijn de TSU(s) waar
VodafoneZiggo gebruik van maakt geen onderdeel meer van Improved IT (deze zijn overgenomen door de nieuwe organisatie van [broer]) of ...”
3. Procedure bij de rechtbank
Het gaat in deze zaak om een kort geding. Deze zaak hangt samen met een andere kortgedingzaak met zaaknummer C/10/706544/KG ZA 25-918 (hierna: de inzagezaak). In de inzagezaak heeft N&D onder meer inzage gevorderd in stukken van Issue, op de voet van art. 843a (oud) Rv. In de onderhavige zaak stellen Issue c.s. dat [appellant], zijn broer [broer],IDM en IDTM wanprestatie plegen dan wel onrechtmatig handelen jegens Issue. De inzagezaak is in dit hoger beroep niet aan de orde.
Issue c.s. hebben in eerste aanleg onder meer gevorderd om [appellant], [broer], IDM en IDTM hoofdelijk te verbieden om voor de duur van twee jaar, althans een in goede justitie te bepalen termijn, contact te hebben en/of contracten aan te gaan met een aantal genoemde zakelijke relaties van Issue c.s. en/of hen te bedienen en/of voor hen, direct of indirect, op enigerlei wijze IT-werkzaamheden en/of diensten te verrichten, en/of IT-oplossingen aan te bieden, en/of (software)producten aan hen te leveren en/of van hen geleverd te krijgen, dan wel daartoe voor anderen te bemiddelen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.
De voorzieningenrechter heeft (ook) [appellant] verboden om de relaties (klanten en leveranciers) zoals opgenomen in r.o. 3.4 van het bestreden vonnis, voor de duur van twee jaar na datum van het vonnis telefonisch, schriftelijk of op welke andere wijze dan ook actief te benaderen met de bedoeling hen over te halen om met [appellant], [broer], IDM en/of ITDM een overeenkomst te sluiten. Aan de nakoming van dit verbod is een dwangsom verbonden. De proceskosten zijn gecompenseerd.
4. Vorderingen in hoger beroep
[appellant] vordert vernietiging van het bestreden vonnis en het alsnog afwijzen van de vorderingen van Issue c.s. op hem, met een proceskostenveroordeling van Issue c.s. in beide instanties.
5. Beoordeling in hoger beroep
Onrechtmatige concurrentie
In dit hoger beroep betoogt [appellant] dat hij niet onrechtmatig jegens Issue c.s. heeft gehandeld.
De voorzieningenrechter heeft eerst geoordeeld dat aannemelijk is dat [broer] zich schuldig maakt aan onrechtmatige concurrentie (r.o. 5.33 tot en met 5.37). Kort samengevat heeft de voorzieningenrechter het volgende overwogen:
Omdat er geen relatie-, concurrentie of anti-ronselbedingen zijn overeengekomen, staat het [broer] en [appellant], en de aan hen verbonden vennootschappen IDM en ITDM in beginsel vrij om Issue c.s. te beconcurreren, ook wanneer deze daarvan nadeel ondervinden. Bijkomende omstandigheden kunnen wel tot onrechtmatigheid leiden. Of het benaderen van relaties onrechtmatig is hangt onder meer af van de wijze waarop en de mate waarin dat plaatsvindt.
Issue c.s. hebben aan de hand van overgelegde correspondentie onderbouwd gesteld dat en op welke wijze [broer] tijdens de looptijd van de managementovereenkomst actief heeft gepoogd relaties van Issue over te laten stappen van Issue naar zijn eigen bedrijf. Daarbij heeft hij volgens Issue c.s. gebruik gemaakt van kennis uit de managementovereenkomst, zoals informatie over het einde van lopende contracten, marges en prijzen. Issue heeft aan de hand van voorbeelden beschreven wat daarbij de handelwijze was.
Deze stellingen, die ieder voor zich zijn onderbouwd met mails, whatsappberichten en schriftelijke verklaringen, rechtvaardigen in onderlinge samenhang in beginsel het oordeel dat [broer] stelselmatig en structureel heeft geprobeerd om bestaande klanten en relaties van eisers weg te lokken om deze voortaan zelf te bedienen.
Het ligt alleszins in de rede dat hij hierbij gebruik heeft gemaakt van de kennis die hij tijdens zijn samenwerking met Issue heeft opgedaan, omdat hij dankzij die kennis aanbiedingen kon doen die scherper waren dan de voorwaarden die voor de betreffende klant golden bij Issue. [broer] heeft dit alles gedaan in een periode dat hij via N&D nog verbonden was aan Issue en dus in die verhouding verplicht was zich als goed opdrachtnemer te gedragen. Bij dit alles komt dan nog dat N&D vervolgens de managementovereenkomst met Issue op een veel te korte termijn heeft opgezegd.
De reactie hierop van [broer] en [appellant], en de aan hen verbonden vennootschappen IDM en ITDM schiet te kort.
De voorzieningenrechter heeft verder geoordeeld dat ook [appellant] onrechtmatig concurreert vanwege de samenwerking tussen [broer] en [appellant], en de aan hen verbonden vennootschappen IDM en ITDM, als volgt (r.o. 5.38).
Issue c.s. hebben aangevoerd dat [broer] en [appellant] en de aan hen verbonden vennootschappen N&D, IDM en ITDM samenwerken om de onrechtmatige concurrentie van [broer] mogelijk te maken. Die samenwerking kan ook worden afgeleid uit het feit dat [broer] offertes heeft verzonden uit naam van de recentelijk opgerichte vennootschap van [appellant], ITDM. Deze samenwerking is onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarom dient de in het kader van de onrechtmatige concurrentie op te leggen voorlopige voorziening niet alleen [broer] maar ook de andere gedaagden, waaronder [appellant], te betreffen om te voorkomen dat één van hen daarmee in strijd zou kunnen (blijven) handelen
[appellant] brengt daartegen het volgende in:
[appellant] heeft geen achtergrond in de IT- sector.
[appellant] beschikt niet over concurrentiegevoelige informatie van Issue of Forehand.
[appellant] is niet betrokken (geweest) bij IDM.
[appellant] heeft jarenlang in onmin geleefd met [broer]. De relatie tussen hen is hersteld. [broer] heeft [appellant] gevraagd hem financieel te ondersteunen bij de start van zijn eigen onderneming. Daartoe was [appellant] bereid, maar uitsluitend onder de voorwaarde dat hij toezicht zou kunnen houden op de financiële aangelegenheden van de onderneming. Hij wilde geen gelden uitlenen, in afwachting of die op enig moment weer terugbetaald konden worden. Om deze reden is uiteindelijk de vennootschap ITDM opgericht en is [appellant] bestuurder geworden van deze vennootschap.
Het (indirect) bestuurderschap van [appellant] binnen ITDM was/is er uitsluitend op gericht om hem controle te laten houden over de door hem gedane investering en om aan hem de bevoegdheid te verlenen om financieel in te kunnen grijpen, indien dit noodzakelijk mocht blijken.
[appellant] heeft zich verder op geen enkele wijze bemoeid met de bedrijfsvoering en commerciële activiteiten van de onderneming van IDTM, laat staan dat hij contacten heeft gelegd en/of gehad met potentiële leveranciers en klanten. Dit was de taak en ook de expertise van [broer].
Er was geen sprake van samenwerking tussen [broer] en [appellant] bij de exploitatie van ITDM.
[appellant] heeft geen enkele betrokkenheid bij het zenden van offertes uit naam van ITDM en hij was hier ook niet van op de hoogte.
[appellant] heeft zelf geen feitelijke handelingen of gedragingen verricht die kunnen worden aangemerkt als een onrechtmatige daad.
Het handelen van IDTM en [broer] kan niet aan [appellant] worden toegerekend.
Het standpunt van Issue c.s. komt neer op het volgende.
[appellant] en [broer] hebben in nauwe samenwerking onrechtmatig met Issue c.s. geconcurreerd.
De vorderingen van Issue c.s. zijn gebaseerd op een eigen onrechtmatige daad van [appellant], niet op vereenzelviging of de bijzondere aansprakelijkheidsregimes van boek 2, BW. [appellant] heeft zelf onrechtmatig gehandeld.
[appellant] heeft wel een achtergrond in de ICT- sector. Zo was hij managing director van Surtronic, een ICT- bedrijf dat op gespecialiseerde wijze displaytechnologie ontwikkelde en toepaste.
[appellant] is in de periode van 2013 tot en met 2015 betrokken geweest bij Issue. In de eerste jaren heeft [appellant] zich als business development manager ingespannen om business te genereren. Uit die periode kent [appellant] dus ook de klanten/leveranciers en andere relevante spelers uit de IT-markt die [betrokkene] kent en met wie Issue en Forehand al sindsdien zaken doen. Overzichten over de cijfers van Issue en marge forcast werden ook met hem gedeeld. [appellant] heeft deelgenomen aan diverse (business)meetings, waarbij ook zakelijke relaties aanwezig waren.
[appellant] was betrokken bij de correspondentie met [betrokkene] over de positie van N&D en [broer] binnen Issue.
[appellant] is (indirect) bestuurder en enig aandeelhouder van AVDD Consultancy B.V. (hierna: AVDD). Deze vennootschap houdt zich onder meer bezig met het "ontwerpen van computerprogramma's" en "het ontwerpen [...] van [...] (digitale) technieken, hardware en software inbegrepen en het “verzorgen van opleidingen daaromtrent".
[appellant] vertelt dus niet de waarheid.
[appellant] kent de klanten van Issue en weet van de kansen die daar gepakt worden.
De naam van IDTM is duidelijk afgeleid van IDM. Met de oprichting van IDTM is getracht de onrechtmatige activiteiten te verhullen.
Het is uitgesloten dat de handelwijze zich buiten medeweten en betrokkenheid van [appellant] hebben afgespeeld.
[appellant] heeft de volledige zeggenschap bij IDTM en geniet alle winstrechten. Daarmee profiteert [appellant] van de onrechtmatige concurrentie. Als bestuurder van IDTM is [appellant] gehouden toezicht te houden op de activiteiten die namens de vennootschap worden ontplooid en in te grijpen indien sprake is van(dreigende) onrechtmatigheid. [appellant] is als bestuurder verantwoordelijk voor de deelname van IDTM aan het rechtsverkeer.
[appellant] heeft expliciet of impliciet ingestemd met het uitbrengen van twee offertes op naam van ITDM aan NXP Semiconductors, een klant van Issue.
Het hoger beroep slaagt, ook als veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat [broer] zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige concurrentie. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.
De aansprakelijkheid van [appellant] zal worden beoordeeld op basis van uitsluitend art. 6:162 BW. Voor ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden is hier geen plaats omdat Issue c.s. de rechtsgrond van hun vorderingen expliciet hebben beperkt tot die van een eigen onrechtmatige daad van [appellant].
Ook wanneer veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat [broer] (al dan niet samen met IDM en IDTM) zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige concurrentie – is het onrechtmatig handelen van [appellant] onvoldoende onderbouwd. Issue c.s. hebben geen relevante feitelijke gedragingen gesteld die erop wijzen dat [appellant] betrokken was bij de betreffende communicatie met klanten en leveranciers. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom uit de contacten die [appellant] bij Issue had met klanten en leveranciers in de periode 2013-2015 kan worden afgeleid dat hij heeft meegewerkt aan het benaderen van klanten en relaties door [broer] jaren later. Ook uit zijn bijstand aan [broer] in diens dispuut met [betrokkene] (zie r.o. 2.10 en 2.11 hierboven) – waarbij hij bij [betrokkene] het standpunt van [broer] heeft bepleit, blijkt dergelijk handelen niet.
Voor de stelling van Issue c.s. dat [appellant] op de hoogte moet zijn geweest van het verweten onrechtmatig handelen door [broer], bestaan geen concrete aanknopingspunten. Het feit dat [appellant] bestuurder is van IDTM en daarmee beleidsbepalend en eindverantwoordelijk is voor het handelen van die vennootschap, zoals het uitbrengen van twee offertes aan een klant van Issue (NXP Semiconductors), is dan onvoldoende voor (bestuurders)-aansprakelijkheid op grond van 6:162 BW.
Het hof overweegt dat het profiteren van de onrechtmatige daad van een ander, niet zonder meer onrechtmatig is. Van bijkomende omstandigheden die maken dat het gestelde profiteren door [appellant] (al dan niet via IDTM) in strijd is met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, is niet gebleken.
Grief 5 richt zich tegen de compensatie van de proceskosten door de voorzieningenrechter. Omdat Issue c.s. voor zover het de vorderingen jegens [appellant] betreft in het ongelijk zal worden gesteld, slaagt deze grief. In de afwezigheid van andere aanknopingspunten over de hoogte van de aan [appellant] toe te rekenen proceskosten, zal het hof uitgaan van een onderlinge draagplicht van de gedaagden in eerste aanleg van een vijfde elk. Dit komt neer op 1/5 x (salaris advocaat (€ 1.107,-- =) € 221,40 + griffierecht van € 331,-- = € 552,40.
Conclusie en proceskosten
De conclusie is dat het hoger beroep slaagt. Daarom zal het hof het vonnis vernietigen voor zover het zich richt tegen [appellant]. Het hof zal Issue c.s. als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
De proceskostenveroordeling in eerste instantie is als gezegd € 552,40.
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [appellant] op:
dagvaarding € 151,61
griffierecht € 362,--
salaris advocaat € 1.290,-- (1 punt × tarief II)
nakosten € 189,-- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.992,61
6. Beslissing
Het hof:
Dit arrest is gewezen door mr. R.S. van Coevorden, mr. P. Volker en mr. R.M. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026 in aanwezigheid van de griffier.