Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
21 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
De verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf maanden, met aftrek van het voorarrest.
Vonnis waarvan beroep
Hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht, heeft het hof niet tot andere inzichten dan de rechtbank gebracht. Het hof verenigt zich daarom met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof het tweede bewijsmiddel (pp. 156-172) schrapt en dat het artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toegepaste wetsartikelen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en mr. J. Boksem, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 oktober 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat het arrest mede te ondertekenen.