Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 2 en in de zaak met parketnummer 96-182520-25 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegdin de zaak met parketnummer 96-203464-25feit 1:op 11 april 2024 te Hoorn;
feit 2:op 11 april 2024 te Venhuizen, gemeente Drechterland;
en in de zaak met parketnummer 96-182520-25feit 1:op 4 november 2024 te Amsterdam;
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-203464-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-182520-25 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 10 (tien) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 januari 2024 parketnummer 96-031984-23, met een termijn van 1 (één) jaar.
Gewezen door mr. M.T.C. de Vries, in bijzijn van mr. A.T. Smith, griffier.
mr. M.T.C. de Vries
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.