ECLI:NL:CRVB:2026:1370

ECLI:NL:CRVB:2026:1370

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 25/235 ANW-W
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Afwijzing verzoek om wraking. Verzoek kennelijk ongegrond en daarom op grond van artikel 8:18, derde lid, Awb zonder behandeling ter zitting afgedaan.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Ingevolge artikel 8:18, derde lid, van de Awb kan de meervoudige kamer in een wrakingszaak, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, beslissen het verzoek zonder behandeling ter zitting af te doen.

2. Verzoekster heeft verzocht om wraking van de behandelend rechter, omdat zij het niet eens is met verschillende procesbeslissingen die zijn genomen voorafgaand aan de geplande behandeling ter zitting op 17 september 2026, waaronder de afwijzing van een uitstelverzoek en beslissingen op verzoeken met betrekking tot de stukken. Daarnaast heeft verzoekster haar ongenoegen geuit over de verwijzing naar de uitnodiging voor de behandeling ter zitting in reactie op haar vragen over wie de behandelend rechter is.

Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Van dit uitgangspunt moet worden afgeweken als er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid van de rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.

Een verzoek om wraking is in ieder geval ongegrond als het betrekking heeft op een procesbeslissing van de rechter of de motivering daarvan, tenzij uit deze motivering blijkt dat sprake is van vooringenomenheid van de behandelend rechter. Voor dat laatste bevat het verzoek geen enkel aanknopingspunt. Verder kan ook uit het door verzoekster geuite ongenoegen over de wijze van communiceren van de naam van de behandelend rechter geen vooringenomenheid van de behandelend rechter worden afgeleid. De Raad is daarom van oordeel dat sprake is van een situatie, bedoeld in artikel 8:18, derde lid, van de Awb, waarin op voorhand duidelijk is dat wat verzoekster ter onderbouwing van haar wrakingsverzoek naar voren heeft gebracht niet de conclusie kan dragen dat sprake is van een wettelijke grond voor wraking.

4. Gelet op het voorgaande is het verzoek kennelijk ongegrond. De Raad zal daarom het verzoek om wraking zonder behandeling ter zitting afwijzen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.

Deze beslissing is gegeven door T. Dompeling als voorzitter en J.D. Streefkerk en C.W.C.A. Bruggeman als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2026.

De griffier De voorzitter

(getekend) P.W.J. Hospel (getekend) T. Dompeling

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand