ECLI:NL:CRVB:2026:1353

ECLI:NL:CRVB:2026:1353

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-10-2026
Datum publicatie 14-10-2026
Zaaknummer 25/1291 WLZ-W
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Wraking

Samenvatting

Afwijzing verzoek om wraking. Voorwaardelijk wrakingsverzoek wordt en eventuele volgende wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd “het systematisch onrechtmatig handelen door de overheid”. Daarnaast heeft verzoeker naar voren gebracht dat de bestuursrechter de overheid de hand boven het hoofd houdt, onder meer door te weigeren om de hele geschiedenis van onrechtmatig handelen jegens verzoeker door verschillende overheidsinstanties bij de beoordeling te betrekken. Ter onderbouwing hiervan heeft verzoeker verwezen naar een dagvaarding van het Uwv en een betekend exploot van een gerechtsdeurwaarder overgelegd.

Tijdens de behandeling ter zitting van het wrakingsverzoek heeft verzoeker aangekondigd dat hij de wrakingskamer zal wraken wanneer hij in het ongelijk wordt gesteld.

Verzoek gericht tegen behandelend rechter

Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter op grond van zijn of haar aanstelling geacht wordt onpartijdig te zijn. Van dit uitgangspunt moet worden afgeweken als er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid van de rechter. De vrees voor vooringenomenheid van de rechter moet objectief gerechtvaardigd zijn.

Naar het oordeel van de Raad blijkt uit hetgeen verzoeker ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek naar voren heeft gebracht dat het enkel is ingegeven door sterk onvrede over het handelen van verschillende overheidsorganisaties, vroeger en nu. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die specifiek betrekking hebben op de behandelend rechter. Daarom kan uit het verzoek niet worden afgeleid dat en in hoeverre de rechtelijke onafhankelijkheid van de behandelend rechter schade zou kunnen leiden. Er is geen grond voor het oordeel dat sprake is van vooringenomenheid van de behandelend rechter. Het verzoek om wraking moet daarom worden afgewezen.

Voorwaardelijk wrakingsverzoek

4. De Raad stelt vast dat het onder 2.2 beschreven verzoek een voorwaardelijk geformuleerd wrakingsverzoek betreft. De Awb voorziet niet in de mogelijk tot het doen van een voorwaardelijk wrakingsverzoek.Dit betekent dat het verzoek geen wrakingsverzoek is in de zin van artikel 8:15 van de Awb. Daarom kan het verzoek niet als wrakingsverzoek in behandeling worden genomen.

Misbruik

De Raad ziet aanleiding voor het oordeel dat verzoeker misbruik maakt van de mogelijkheid om wrakingsverzoeken in te dienen. Door aan het wrakingsverzoek onrechtmatig overheidshandelen ten grondslag te leggen en geen gronden naar voren te brengen die specifiek betrekking hebben op de behandelend rechter, gebruikt verzoeker de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is bedoeld. Hierbij weegt de Raad mee dat verzoeker in het verleden meer dan geregeld procedures heeft gevoerd bij de Raad en andere rechterlijke instanties, waaronder de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), en in die eerdere procedures ook (voorwaardelijke) wrakingsverzoeken heeft ingediend. Hierdoor moet verzoeker weten dat wrakingsverzoeken zoals hij in deze zaken heeft ingediend niet kunnen slagen.

Nu de Raad van oordeel is dat verzoeker misbruik maakt van de mogelijkheid om wrakingsverzoeken in te dienen, zal met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb worden bepaald dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking in deze zaken niet in behandeling wordt genomen.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze beslissing is gegeven door E.C.E. Marechal als voorzitter en J.D. Streefkerk en E.W. Akkerman als leden, in tegenwoordigheid van N. Gios als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2026.

De griffier De voorzitter

(getekend ) N. Gios (getekend) E.C.E. Marechal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand